is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklarend handwoordenboek der Nederlandsche taal, (tevens vreemde-woordentolk) vooral ten dienste van het onderwijs, bevattende ruim 75 duizend woorden en uitdrukkingen op allerlei gebied ...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BERGENGTE.

102

BERLIJN.

en bemanning zijn verlaten ; de goederen of de lading van verongelukte schepen in veiligheid brengen ; 3 in een ruimte opnemen • naar een plaats brengen en daar bewaren), borg, heeft geborgen: 1 met bepaalde voorwerpen : het lijf, het leven — ; 2 sche-

VfjU ,aoed?en_ ~ zie Berggeld; i dal kan ik niet — ; jongens, je boeken — / zegsw. geborgen zijn, geen zorgen voor de toekomst meer hebben.

Berg'engte (aardr. smalle bergpas), v. n

Bergerac' (Fr. Fransche witte wijn uü de omstreken v.d. stad Bergerac [ Dordogne]) m Bergè're (Fr. herderin ; ruime ruststoel met kussens en een voetenbankje; zeker dameskapsel), v. —s. Berg'geest (aardmannetje), m. —geesten. Berg geld (vergoeding voor het bergen van

goederen, b.v. v. gestrande schepen), o. en

Berg'groen (Hongaarsch groen, Tyroler

groen of kopergroen), o. gmv B".r'a?™«?maatscn"PPli (maatschappij, die zich belast met het bergen van goederen uit gestrande schepen), v. —en Berg'kalk (donkergrijs, kalkachtig, fossiel gesteente), v. gmv.; z. Encrlnleten Bergkam, m. —men ; zie Ka m. Berg keten (aardr. langwerpig bergstelsel, bestaande uit een of meer reeksen van bergen), v. —ketens; —klimaat (luchtsgesteldheid v. e. bergstreek), o. gmv. • —kloof (kloof in een berg, tusschen bergen) v. —kloven ; —knoop (snijpunt van twee

of meer bergketens), m. —en; kop

(—kruin), m. —koppen ; —kristal (water¬

helder kwarts), o. —len: het — is ook fraai geel, Boheemsoh topaas ; ook bruin rook-topaas, of zwart, morion.

Bergloon, o. —loonen ; zie Berggeld

Berg'nachtegaal (Java. zanger der bergwouden), m. —galen: de slag v. d. — heeft veel van dien van onzen nachtegaal

Berg'nimf, v. —en ; zie O r e a d e.

Bergop' (tegen den berg op; langs de berghelling naar omhoog), bw.: het gaat hier bergop-bergaf; —op'waarts, bw.

Berg'partij (gesch. de ultra's der Fransche nationale vergadering van 1792 ; ook wel der nationale vergadering van 1848 en '49) v. gmv.; zie J a c o b ij n.

Berg'pas (aardr. pas door het gebergte), m —passen : eenige belangrijke. —passen Li Se Qve? zlin: die T- d. Grooten St.-Bernhard (pashoogte 2470 M) de f»'k»IS«, (2163 M.), die v. d. Simplon (2000 M), de Gotthardpas (2100 M) de Semmeringpas (1000 M.), de Brennerpas (met spoorbaan, 1360 M.). Berg'pek (asphalt, aardhars), o. gmv. Berg'plaats (plaats, om iets te bergen, te

bewaren), v. —plaatsen : een — voor hout. Berg rede (Bijbel, rede, door Jezus op een der bergen in de nabijheid van het meer van Genesareth gehouden, bevattende o m

*v*ihyaiiTVKvnyen, mai.cn. ö), V. gmv

Berg rivier (aardr. rivier, die op het hooggebergte ontspringt en gevoed wordt door gletscherbeken en andere berg stroomen), v. —en : de Rijn is een — ; verg. Regenrivier; i—rug (Ujn, die de toppen van een bergketen verbindt; bovenvlak van een langwerpigen berg ; platte bergkam; bovenrand v. e. berg), m. —ruggen; —spoor¬

weg (spoorweg over een berg of in de bergen), m. —wegen, ook, Berg spoor, o —sporen ; zie o. a. Tandradbaan; —sport (het beklimmen van hooge bergen b.v. in de Alpen), v. gmv.; zie verder Sport en Alpinist; —streek (aardr. streek of oord, waarin bergen of bergketens gelegen zijn), v. —streken; —stroom (stroom in of uit een gebergte), m;~^n'\—*ak (—uitlooper), m. —takken; —talie (bergwas, natuurlijke paraffine: vetaarde), v. gmv.; —teer (pikachtige massa van aard- of steenolie), o. en v.; —top (het min of meer spits gedeelte', waarin een berg van boven uitloopt; hoogste punt v. e. berg), m. —pen; —wand (sfeiZe, gladde kant v. e. berg of rots), m. —en : een kale — ; —wind (koelere luchtstroom, die s nachts langs een berghelling omlaag komt), m. —en; —zout (mineraalzout.

zout uit ae zoutmijnen), o. gmv.; zie Z o u t m ij n. Be',*1.b?J',?(Mal-in de tropen veel voorkomende ziekte), v.; de —toont zich door zuchtaontige zwelling der beenen, vandaar dat de gang der lijders doet denken aan dien yan een schaap (Mal. berie); ook Ber'riber rt.

Bericht' (inlichting .ln verschillende bijzondere toepassingen : rapport, tijding, mededeeling), o. —en: — krijgen van iem.;

— ontvangen van iems overlijden, nader

— wachten, een telegrafisch —. Berich'ten (iem. iets bekend maken, doen

weten, melden, mededeelen), —richtte heeft berioht: iem, iets —. Bericht gever (iem., die berichten verstrekt

inz. aan dagbladen : correspondent), m s-

—geefster, v. —s. Berij'den (rijden op, over), —reed, heeft bereden: een paard —; een weg —; rij'der (ruiter), m. —s ; —rijd'ster, v. —s. Bern'men (op rijm zetten), berijmde, heeft

berijmd : de psalmen—; —rij'mer, m. s •

—rij 'min g, v. —en. ' '

! Berii', beryl' 1 (doorschijnende, zeegroene edelsteen), m. —len ; 2 (stomaam), o.: het beste — komt uit Voor-Indie. Berin' (wijffesbeer), v. berinnen. Beris pelijk (laakbaar, af te keuren), bn

en bw.; —er, —st: een — gedrag. Bens'pen (iem. terechtwijzen, afkeuring over iem. of over een zaak te kennen geven ; ■taken ; dikwijls toegepast op het gedrag yan kinderen), berispte, heeft berispt: iemand streng —, iets in iemand —• —MS'ping, v. —en ; z. Gispen. Berk (katjesdraaende looihnnmi m .

—eboom, m. —boomen ; —enhout, o! gmv.

Ber'kcmeier (drinkbeker van berkenhout, oudtijds uit een tak of mei v. d. berk vervaardigd), m. —s: bij 't schuimen van den—.

Ber kenbosch (bosch van berken), o.—bosscnen ; —loof (loof van berken), o. gmv.; —rijs (tak of roede van berkenhout inz. vroeger gebruikt om kinderen te straffen) o. —rijzen.

Bcr'kenwijn (drank, uü sap v. d. berk door gisting bereid; Duitsche champagne), m.

Berkoen' (soheepst. dwarsbalk, stut, rondhout), m. —en ; ook Barkoen'.

Berlijn' (hoofdstad van Pruisen), o.; er