Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

485

KERKEN.

KENSCHETSEN. 4

'w^w'8*™.. f*8»"*»**». aanduiden), kenschetste. heeft gekenschetst: zulk een edelmoedigheid kenschetst zijn karakter; dit kenschetst de ontrouw der inboorlingen is een staaltje van, doet kennen Ken'snreuk (zinspreuk, leus), v. —spreuken: elk*; rederijkerskamer had een — de Palmboon m Leiden (1616) had als — ln liefde werkende. K,?J}uehkT kenmerk), o- -teekens: een witte band om den arm zou als — dienen. Ken'leckenen tkenm^i^ ..-_. _ ƒ:

konteekende, heeftgekentéekend:z(dA een

gt^L^l ma n- m 18 ^ 8611

Ken-teren'(afleid, van conf: 1 doen kantelen, omrollen; 2 kantelen, omrollen), kenterde, heeft (bet 1), le (bet 2) gekenterd: 1-een kist —, een balk —; een schip —, het opzij stollen teneinde het te herstellen: 2 een schuit kan—, nl.als zij te veel deklast heeft; Aef tij —, verandert, keert; —ing, v. — en: de — van hei tij, wisseling van eb„en Tjoed; O.I.: overgang vin de regelmatige winden, zie Moesson: de — of die overgang valt in de maandenAprU en Ootoher en kenmerkt zich door veranderlijke winden, door stormen en onwedors

Ken vermogen (een der zielskrachten: begripsvermogen), o. gmy.: de onderwijzer werkt vooral op het — der leerlingen, onderscheidi ngs-verraogen.

Ke;pala k*m'Va(e)na(Q,-l.dorpshoofd),m.

Ke panafO.-I. vlechtwerk v. bamboe), v.—s

ne pen (insnijdingen maken), keepte, heeft gekeept: een lal, een stok — 91?^(1 °f><iewerkte draad bij een weefsel;

fvn; zegsw. ief* op de — beschouwen, nauwkeurig, van nabij onderzoeken; 2 een hoek—, a i. verbindingsbalk; —band (Vieren sluitband om schoorsteen, balk]

Ke'peren (mef een 'keper weven), keperde, heeft gekeperd: gekeperd laken, gekeperde

«"= i>i {uniformpet), m. —'s „P',e>r' Joh-Bmtsch sterrenkundige, de eT?ndleeger der nieuwe astronomie, 1571

"7Ï!iï °-—s*»lde drie wetten . vast betreflende de loopbaan der planeten. ^?ïï2r '* kunst h- lavcncc, miek^ *™ Porselein), v.; meer Cera-

Kerati'ne 1 hoornstof; 2muz.kromhoorn, ba*»in). v. in de 1ste bet. gmv., in de 2de oet. —s.: 1 de — is een zwavelrijkc, eiwitachtige zelfstandigheid. 3 de —is verouderd

ne rel (manspersoon, stoere vent), m s-

wat een lange — lben fij nou een— f «ea~* die me dat nadoet/ dikwijls heeft — dé bijbeteekenis van individu: arm of zonder beschaving; —H* (knaap; ir. jongetje), o.:

k-.tt™ , ™ » je oeenen maken.

**v»n (den vloer vegen met een bezem), keerde, heeft gekeerd: de meid gaat de «tr^at —, de deel, den dorschvloer —?iêts met bezemen —.

Kert^Aeep, insnijding), v. kerven.

Kerfbank (bank, waarop de tabak gekorven wordt), v. —banken.

Kerf diertje (Zuid-Ked. fnseef). o. —s.

Kerfstok (lang, plat stokje, in den vorm

""K, «f* liniaal, waarop door kerfjes ot insnijdingen aangeduid werd, hoeveel brooden liters melk enz. de houder van den — op krediet had), m. —stokken: brood op den — Aaien, d. I. op krediet; men versta,

haHH^e^nt?er ,^¥ant leder een stok hadden, die tegelijk ingekerfd werden en waarvan de insnijdingen nauwkeurig met elkaar moesten overeenkomen: een primitieve boelf hnnrtoi-H . «..T -js^T^ r^.

ben diep in de schulden zitten,"veol schuld hebben, fig. veel misdreven hebben - de — is vol, de maat is1 vol; ik wil dat nief. op H^ uTjeT0°r verantwoording; zie K„erk (1 bedehuis, tempel, huis des Heerent i gezindte, geloof; 3 godsdienstoefening) v R^n*/.ee"~,*0T'en' St.-Jan in ben Ma„ JS l^.oo^ehe — de St.-Servaas van Maastricht is een der oudste —en; zegsw. de kogel is door de —, zie Kogel; 2 de Roomsche.-r,, de Anglicaansche —; de

geschiedenis der Christelijke 3 dé —

duurde lang; zie: Avond-, Middag-

?,n 'E rU; zegsw. O.-I. volgens de Chmeesche yolgens het gerucht; zie verder: Basiliek, Dom. D si anjie,Hallenkerk, Kathedraal,

?i t" 16 lti! * M lJ 81 *1 *• Me siKit of Medsohid, Moskee; Synagoge, Tempel.

w 1, 7, lUWiZ ;^ed- ordehouder in livrei met hellebaard oj staj; suisse), m. —baliuwen: den — vindt men alleen in groote kerken ln domkerken en in kathedralenl zie Hondenslager.

KZZkB^ (vUsluiting uit de gemeenschap der R.-K. geloovigen), m. gmv.: de groote vTiiT }efï aUe Kemeensohap met de hef,fi,0ü: e klane ~ teze ontzegt het gebruik der sacramenten; zie: Bxcommunleatle en Interdict

Kerk bank (bank in een kerk), v. —en™i°SP °°Ueae van heeren',

7iLmi % rfo»«W*« belangen eener kerk zyn belast' o. —besturen;,— bijbel (Prot. w„™t f k-en-AnS* in kerk gebruikt, tegenst. huisbijbel), m. —s; —boek (R -TC

gebedenboek), o. ; *-en; —bord (Prot.

™»T T , Kr aanauiaing van het numrl vsalmen of gezangen, psalmbord, gezangbord), o. —en; —briefje (Prot ffedruAf blaadje, dat de predikbeurten in de kerken van een stad aangeeft, het vermeldt ook de namen van de predikanten, die bij aejodsdienstoejeningen zullen voorgaan),

Kerk dorp (kerkelijke gemeente in Drente)' JkjjWOrpea; zie Kerspel. Ker'kekas (inkomsten eener kerk), v. gmv • een legaat storten in de —; verg. A r-

Ker kelijk (ron of tot de kerk), bn. en bw • dif zijn—e goederen; het —e gezag, een —e overheidspersoon, de —e inkomsten; een — spel, zie: M y s t e r i e- en M i r ak e ls p 2 1: R--Kv*rt — foor: begint den eersten Zendag v. d. Advent, ziej a ar • een huwelijk — inzegenen; een — huwelijk, m de kerk voltrokken of door pastoor-of dominee ingezegend

Ker ken (fer kerk gaan), kerkte, heeft gekerkt, gmz.: waar kerk jü gewoonlijk?

Sluiten