is toegevoegd aan uw favorieten.

De gewijzigde kieswet met uitvoeringsbesluiten en bijlagen ; toegelicht, vooral met het oog op de praktijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

Artikel 52.

worden dan het thans gebezigde. (M. v. T. blz. 14) Vgl. model IV behoorende bij het Kon. besluit, van 12 December 1917 (St.bl. 692) hier achter afgedrukt.

.me bevoegd 2. Uit de woorden „die bevoegd is aan de stemming deel te nemen" :Stommtogde volgt niet, dat de Burgemeester heeft te beoordeelen of personen, die iin^men!" op de Mezershjst voorkomen, ten tijde van het verzenden der kaarten nog kiesgerechtigd zijn. De woorden beteekenen slechts, dat de kaarten moeten worden verzonden, niet aan alle kiezers, maar uitsluitend aan hen, die krachtens de wn'ze, waarop zij op de kiezerèhjst voorkomen, kunnen deelnemen aan de stemming, waarop de kaarten betrekking hebben. (M. v. A. 2e Kamer 1896, blz. 49.)

verzending 3. De oproepingskaart moet aan de kiezers gezonden worden aan hun oproepings- werke{yke WOOnplaats, voor zoover deze den burgemeester bekend is;

ook al is deze in het buitenland. De verzending in het binnenland kan portvrij geschieden.

De vqjstelling van briefport, verleend bij K. B. van 17 Januari 1888, no. 10, voor de oproepingsbrieven voor verkiezingen, gold volgens den Minister van Binnenlandsche Zaken (circ. 22 Mei 1897, no. 2478/1, afd. B. B. aan de Commissarissen der Koningin) ook voor de toezending der oproepingskaarten op grond van artikel 55 (oude nummering) der wet vari 1896. Zjj zal dus ook gelden voor de verzending der kaarten ingevolge het nieuwe artikel 52.

Tweeledige 4. De kaart heeft tweeledige beteekenis. Zg strekt als oproeping voor vln^r18 de stemming met mededeeling van of herinnering aan feiten of wetskaart' bepalingen, voor den kiezer van belang, en het overleggen daarvan levert een vermoeden op van identiteit. Zonder kaart wordt niemand tot de'stemming toegelaten. Vandaar dat de gelegenheid moet worden geschonken om bjj verhes of verzuim van toezending alsnog een kaart te bekomen, doch dan slechts op voldoend bewijs van identiteit. (M. v. T. kieswet 1896.)

Aanvulling 5. Het laatste gedeelte van de eerste zinsnede (hetgeen volgt na liukef ba „art. 128 van het Wetboek van Strafrecht") is toegevoegd bij tweede

tweede lezing, ^ ^ g Qp ^

Andere wijze 6. Toezending der oproepingskaarten is intusschen niet het eenige gevingen£ln middel, waarmee den kiezers kennis wordt gegeven van de te houden de stemming. stenüning; ket eerste middel daartoe is, ook blijkens de geschiedenis der wet, de openbare kennisgeving, bedoeld in art. 55, hd 5 (thans 52, lid 4); mitsdien is volgens de bedoeling van den wetgever vernietiging van een verkiezing wegens niet-inachtneming van het in art. 55, 2e hd