is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding tot berekening en vaststelling van minimum-grondhuurprijzen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

85

den loop van het bij de derde alinea van artikel 9 der „Landrente-ordonnantie" bedoeld belastingtijdvak, worden de voorschriften van §§ 16—19 voor zooveel mogelijk eveneens in toepassing gebracht..

§ 21.

Landrente- De modellen» der bij de artikelen 9, 11 en 12 van de orboekkonding. donnantie voorgeschreven districtsleggers, desakohieren en uittreksels uit die kohieren, zoomede die der overige voor de landrente-boekhouding vereischte registers als anderszins, worden vastgesteld door den Directeur van Binnenlandsch Bestuur.

§ 22.

Ontheffing (1) Ingeval ontheffing van landrente op den voet van van landrente het bepaalde onder a en 6 der eerste alinea van artikel 14 der Landrente-ordonnantie is gevraagd, wordt door het Hoofd van het betrokken onderdistrict in den vorm van een staat, van eveneens door den in de vorige paragraaf genoemden Departementschef vastgesteld model, ter zake verslag uitgebracht, en wel:

o. bij aanvragen van den eerstbedoelden aard, zoodra kan worden uitgemaakt, dat, behoudens het in het volgend jaar oogstbaar rijstgewas, het sawahveld gedurende het loopende jaar onbeplant zal blijven, echter uiterlijk op ultimo September van dit jaar; 6. bij aanvragen uit hoofde van misgewas, zoodra het bestaan daarvan en de invloed op den te veld staanden padioogst met voldoende zekerheid beoordeeld kunnen worden. (2) De voorstellen tot ontheffing van landrente voor de belastingplichtige gronden in eenig district worden, na verificatie, voor zoover noodig, door den Controleur of den Adspirant-Controleur van het plaatselijk bestuur, ten spoedigste door tusschenkomst van het Bestuurshoofd der af deeling aan den Besident ingediend.