is toegevoegd aan uw favorieten.

De familie van den Binckhorst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

DE FAMILIE VAN DEN BINCKHORST.

„Ze trekt 't zich erg aan", fluisterde Heintje.

Mevrouw van Hoogerdam antwoordde niet. Coba weet toch niets bepaald kwaads van dat jongemensch, is 't wel,?" klonk de bedeesde stem van juffrouw Koerhof weer.

„Dat geloof ik niet."

„Nu dan..." Verder durfde zij niet gaan. Haar zuster keerde zich weer tot Dora.

„Je moet nu niet langer huilen kind. Omdat je zoo verdrietig bent wil ik je niet beknorren; maar je hebt verschrikkelijk verkeerd gedaan om afspraakjes te maken en je zoo op den openbaren weg aan te stellen. Ik schaam me voor neef Jan. Wat moet hij wel van je denken?"

„Dat kan me niet schelen."

„Mij wel. Beloof me dat 't nooit, nooit, versta je, meer gebeuren zal."

„Zorgt u dan dat ik geen afspraakjes meer hoef te maken."

„Ik, wat bedoel je meisje?"

„Dat u naar moeder gaat en haar vraagt of zij' 't goed vindt dat Frits af en toe hierkomt?"

„Maar Dora, dan zou ik je moeder haar toestemming vragen tot een formeel engagement."

Het nichtje sprong op en pakte de oude vrouw opnieuw beet.

„Ja, doet u dat lieve, beste nicht Doortje. Als u 'met moeder praat, doet ze zeker wat u haar aanraadt, wanneer u 't goedvindt, vindt zij 't ook goed."

„Gekheid kind, je moeder heeft haar eigen, verstandige redenen."