is toegevoegd aan uw favorieten.

De familie van den Binckhorst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

DE FAMILIE VAN DEN BINCKHORST.

kind woedend en vergat zij zich ten eenenmale. Zij schreeuwde het uit dat zij nooit, nooit met dat „être", dien vent, zou trouwen. Ze hield alleen van "Frits Herkraad en of moeder al neen zei en de nichten het niet wilden, het kon haar allemaal niet schelen. En zij vertelde alles, hoe die ellendeling, die Jan, haar met Frits op den weg had gezien en door niets te zeggen meende haar nu in zijn macht te hebben. Met vlammende oogen en hoogroode wangen verweet zij nicht Doortje dat zij valsch was. Herman sneet zijn pijp op den grond en sloeg met de vuisten op tafel. Hij vloekte en maakte Dora uit voor een slet, zijn neef liet hij niet beleedigen en zij kon maken dat zij weg kwam, geen uur langer duldde hij haar op den Binckhorst. Coba begon onbedaarlijk te snikken en kreeg bijna een zenuwtoeval. Doortje, die zich het best kon beheerschen, trachtte haar te bedaren, zij smeekte Herman om zich met zoo op te winden, maar de heer van Hoogerdam en Dora lachte weer, de ontroering van nicht uitgeput op een stoel en barstte in tranen uit, zoodat Coba haar op haar beurt te hulp moest komen Heintje kwam op het hooren van het spektakel sidderend naar beneden. Als voelde zij instinctmatig dat de oude juffrouw het niet met de anderen eens was, wierp Dora zich, nu ook snikkend, in haar armen en smeekte haar om medelijden met haar te hebben. Maar toen juffrouw Koerhof een poging waagde om een enkel woord ten gunste van het kind te zeggen, kwam Herman met gebalde vuisten voor haar staan, zóó woedend