Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

„spiritualiseering", zijn feestelijke opstanding in God. Want zoo moet worden aangenomen, dat de met bewustzijn erin werkzame Geest zedelijke doeleinden in natuur en mensch tracht te verwezenlijken, zoo heeft er een „Ethizierung" van het Heelal plaats, zoo gaat het een ethisch Ideaal tegemoet, waarin het zijn voleindiging en bekroning vindt. ülrici, die empirisch-speculatief in zijn onderzoek te werk gaat, vindt i. e. w. als den laatsten grond van alle „zijn" inderdaad: God. En toch — hij is er zich levendig van bewust, dat hij dezen God slechts met zijn denken „benadert". Wie zou meenen, dat het denken uit zich zelf God „vindt", dwaalt. God blijft de eeuwige veronderstelling van al onze denkwerkzaamheid. Aan ons denken zijn nu eenmaal grenzen gesteld. Het nadert, al na-denkende, een limiet, een hooger Denken, waarin het rust en tot rust komt. Aan te toonen, dat deze limiet bestaat, is juist doel van Ulrici's streven. Want, evenals de wiskunde spreekt van een limiet, waartoe een voortgezette vermenigvuldiging van het aantal zijden eener veelhoek nadert, en deze limiet de cirkel-omtrek is, waarmede deze veelhoek echter nooit samenvalt, zoo zal ook het denken, ondanks de meest volledige begrips-analyse wèl steeds meer zijn limiet, het goddelijke Denken, naderen, doch nimmer met deze limiet kunnen samenvallen. De cirkel van het Begrip, waarmede God Zijn Kosmos begrijpt, zal steeds alle menschelijk begrip van dien Kosmos blijven insluiten en veronderstellen. Doch dit bewijst juist, dat het denken zich in de goede richting beweegt. Zijn naderen tot deze limiet is bewijs, dat deze limiet bestaat. ülrici fulmineert daarom heftig tegen hegel en diens logica, als zou ons denken ooit met het Goddelijke kunnen samenvallen, als zou óns denken het Godsbegrip „uit zichzelf' kunnen ontwikkelen. Het blijft eeuwige veronderstelling van het hoogere Denken, blijft in het Oer-denken Gods gegrond. Hij betwist dan ook dezen wijsgeer het recht, de concrete Werkelijkheid uit het ledige Begrip te voorschijn te spinnen. Wèl speurt hij de begripmatigheid in die Werkelijkheid,

140

Sluiten