is toegevoegd aan uw favorieten.

Roomsch katholieke godsdienstleer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

279

verdiensten. En daar is geen menschelijke nood of ellende,

aie aoor aen religieuzen stand met in vmdmgrijke en opofferende liefde werd gelenigd, weggenomen of voorkomen.

XI. De Staat heeft geen recht, om de vestiging van kloos- ees. Heen de tervereenigingen te beletten, om de bestaande op te heffen, ^oïtoï"* * om hare uitbreiding of werkzaamheid te beperken of te be-

weren, enz. ?

moeilijken.

1°. Het doel der religieuze vereenigingen is: de eigen leden en tevens ook andere personen te heiligen. Zij zijn dus zuiver geestelijke vereenigingen. (n. 41.) Als dusdanig vallen zij echter onmiddellijk en alleen onder de rechtsmacht van^de Kerk; niet onder die van den Staat.

2°. Het vereenigingsrecht is een namurrecht. De Staat kan dit recht dus, nóch geheel nóch gedeeltelijk aan zijne onderdanen ontnemen, zoolang de vereeniging geen gevaar voor de zedelijkheid, de orde, de rust of de welvaart oplevert. De religieuze vereenigingen zijn echter der gemeenschap niet ten nadeel, maar ten zegen. „De geschiedenis getuigt tot op onze dagen, hoeveel heilzamen invloed de verschillende genootschappen, congregaties en geestelijke orden, waaraan het kerkelijk gezag en de vrome zin der Christenen het leven schonken, op de gansche menschheid hebben uitgeoefend. Gaat men alleen maar bij het natuurlijk verstand te rade,dan is het reeds duidelijk, dat vereenigingen als deze, die met een prijzenswaardig doel zijn opgericht, krachtens het natuurrecht bestaan.

Zij zijn, in zooverre zij den godsdienst raken, rechtens alleen aan het gezag der Kerk onderworpen. Het Staatsbestuur mag zich derhalve over haar geenerlei rechten aanmatigen, en in het bijzonder haar inwendig bestuur niet aan zich trekken. De Staat is integendeel verplicht haar rechten te eerbiedigen, haar te handhaven, en, wanneer de omstandigheden zulks vorderen, haar tegen onrecht te beschermen "

XII. Kloosterorden en congregaties in ons land: 669. Eenige

De BenpdirtiWn td S r \ „„+.„1,+ a u r> odrm en

+ 543. De Trappisten (O. CisC). De Dominicanen (O. P.) ge- conSreSatiessücht door den H. Doninicus, + 1221. Volgelingen van den H Franascus van Assisië, + 1226, zijn de Franciscanen (O. F. M.), de Capucijnen (O. Cap.) enz. De Jezuïten (S. I.) gesticht door den H. Ignatius van Loyola, f 1556. De Redemptoristen