is toegevoegd aan uw favorieten.

In-, uit- en doorvoer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92

Hoofdstak XV (bewaking en verzegeling.)

Door deze wijziging is het mogelijk in plaats van verzegeling een andere sluiting toe te passen.

De verplichting tot het verstrekken van spijs en drank is alleen aan schippers opgelegd; bij begeleiding van voertuigen hebben dus de ambtenaren hierop geen aanspraak. Wanneer de wakers geen kost aan boord genieten, kunnen ze kostgeld in rekening brengen. Zie aant. op art. 154.

De plombs of zegels worden gelegd op de toegangen tot de lading; is dit niet voldoende dan op de colli.

Bij onvoldoende of ondoelmatige verzegeling wordt de betrokken ambtenaar gestraft.

Art. 154. In de gevallen, waarin de bewaking, verzegeling of plombeering bij de tegenwoordige wet is bevolen of speciaal geautoriseerd, zal zulks geschieden buiten kosten der Administratie.

Ieder waker zal alsdan, onverminderd het bepaalde bij § 2 van art. 153, van den schipper of 'van den voerman, behoudens hun verbaal op den belanghebbende bij de goederen, genieten een daggeld, gerekend tegen één gulden vijftig cents in de vier en twintig uren, ook voor de terugreize, voor welke echter niet meer dan uiterlijk vier dagen zullen worden gerekend.

Het laatste gedeelte van het tweede lid is als vervallen te beschouwen door art. 2 der wet van 28 Decb. 1879 S. no. 250 (Verz. no. 70). Deze wet is als bijl. II opgenomen. Zie de aantt. op dit art. 2.

De kosten van verzegeling zijn geregeld bij K. B. van 23 Oct. 1907 S. no. 277 (Verz. no. 281 sub 22), gewijzigd bij K.B. van 9 Sept 1919 S. no. 561 (Verz. no. 1152). Zij znn alleen verschuldigd, wanneer de verzegeling plaats vindt ten gerieve of op verzoek van den belanghebbende.

De kosten van bewaking van goederen en vervoermiddelen zijn geregeld bij K. B. van 26 Januari 1922 S. no. 32 (Verz. no. 1735). De instructie ter uitvoering van dit besluit is vastgesteld bij res. van 13 Februari 1922 no. 109 (Verz. no. 1736).

De gevallen, waarin de wet de voorzorgsmaatregelen beveelt of speciaal autoriseert, zijn bijna allen van dien aard dat de belanghebbende ze kan voorkomen; zieartt. 14,15,16,27, 29,41,68,80,104,108,118.

De kosten van verzegeling enz. van vrije goederen, waarop art. 3 der wet van 1870 (bijlage I) wordt toegepast, komen ten laste van het Rijk. Zie Bes. Verz/1889 no. 33.

Zie omtrent de kosten van verzegeling en bewaking volgens hei K. B. art. 80 van het K. B. met aant. (bijl. III).

Vergelijk verder ten opzichte van tractaten Verz. 1840 no. 4 (Zuid-Willemsvaart, Verz. 1843 nos. 148 en 149 (Schelde) en Verz 1869 no. 100 (Rijn).

Zie voorts omtrent de kosten in zake in-, uit- en doorvoer van goederen en accijnzen bovengenoemd gewijzigd K.B. van 1907 en Res. Verz. 1907 no. 171.