Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

het heden nemen deze vragen der ziel een duidelijken vorm aan. Dit kan vooral blijken uit het geloof, dat vele personen gekoesterd hebben in den loop van de 19de eeuw en dat pas in onzen tijd een waan is gebleken.

Nog kort geleden kon men zich overgeven aan het ge* loof, dat de natuurwetenschap — die werkelijk door de geesteswetenschap niet miskend, maar juist in haar groote vorderingen ten volle gewaardeerd en bewonderd wordt — de groote raadselen van het menschenbestaan door haar middelen zou oplossen. Alleen hij, die zich met verin* nerlijkte zielskrachten inleeft in hetgeen de nieuwere natuurwetenschap als winst kan boeken, zal steeds meer en meer bespeuren, dat voor de diepste vragen van het menschelijk bestaan, datgene wat de natuurwetenschap brengt, geen antwoorden zijn, maar integendeel altijd nieuwe en nieuwe vragen. Het maakt het leven van den mensch rijker, die vragen nu te kunnen stellen; maar op den grondslag van de natuurwetenschap blijven het nu eenmaal vragen. De menschen van de 19de eeuw, ook de geleerden hebben daar veel te weinig aandacht aan geschonken. Zij hebben gemeend antwoord te ontvangen op zekere raadselen, terwijl in werkelijkheid die vragen op een andere wijze moesten worden gesteld. Die vragen worden nu om zoo te zeggen door de opvoeding in ons gelegd. Zij zijn aanwezig in de ziel van den tegenwoor* digen mensch, wanneer hij zich in het leven geplaatst ziet en zij verlangen beantwoord te worden.

Nu zijn die menschen, die deel uitmaken van de an* throposophische vereeniging in zekeren zin menschen, die gevoelen wat men heden ten dage op natuurlijke wijze door het leven als raadselen ter oplossing ontvangt, raad* selen, die men niet willekeurig opwerpt, maar die zich onvermijdelijk zelf voordoen door het leven, waarin de mensch tegenwoordig geplaatst is. Die vragen worden weliswaar door de nieuwere wetenschap bijzonder duidelijk aan het licht gebracht, maar zij worden niet alleen aan

Sluiten