is toegevoegd aan uw favorieten.

De man van veertig jaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

lende indrukken in de rumoerig wemelende millioenenstad — er waren gevoelens en verlangens door gewekt die zich niet meer schikken wilden naar de rust, de eenvormigheid, waarin ze zo lang gesluimerd hadden. Gevoelens van weemoed om beloften die in lang geleden toekomst-dromen hadden gelokt, maar waarvan de vervulling dra tot spot geworden was; verlangens naar een rijker en schoner, een inniger en heviger leven dan wat, de vergezichten van een begerig strevende jeugd ten spijt, de gebeurtenissen in hun noodwendigheid gebracht hadden.

Hans begon het kantoor op en neer te lopen, zoals hij dit de laatste dagen telkens gedaan had, zonder het te willen stilling zoekend voor een onrust die hem dreef met een nauw besefte maar staag aanwezige pijn. Maar bij zijn schrijftafel bleef hij een ogenblik staan, drukte de belknop. „Is er niets met de post van elven gekomen?" Neen — er was in 't geheel geen post geweest. Hij liep opnieuw van het raam naar de deur, van de deur naar het raam; wanneer deze enkele stille weken voorbij waren zou het beter gaan: de laatste jaren waren zo met werk overvuld geweest, dat de onverwachte slapte in zaken hem prikkelbaar maakte. Nu lichtte hij, zich op de tenen rekkend, uit een der bovenvakken van de loketkast de papierenbundel die op zijn laatste reis betrekking had, wikte hem in nadenken enige malen op en neer in de hand. Over drie, vier dagen, rekende hij uit, konden de eerste berichten van die notaris er zijn. Ja, ging alles goed, dan konden ze zich over een jaar, een half jaar misschien, meer veroorloven dan nu, zou menige wens die hij al zo lang voor Suze, voor zichzelf, voor de kinderen meedroeg, tot werklikheid kunnen komen: een ruimer woning, velerlei kleine genoegens die ze zich tot nu ontzegden. Zeker: materiëel zou enige vooruitgang niet uitbhjven . ..

De jongen, die zo even geklopt had, rammelde nu bij de tafel met een bord, een mes, zei dat alles klaar stond.

Terwijl Hans at, zag hij dat het buiten iets opklaarde, de regen niet langer het venster bedroop.