is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

tjes, gehuld in losse witte tulle met rose linten, een ruime, luchtige baby-peignoir, lieten zij zich langzaam schommelen op de gemakkelijke rottan-stoelen.

Henriëtte bewoog zich slechts licht, maar telkens als Maria's stoel naar beneden ging, klikklakten de gouden hakjes van haar muiltjes op den marmeren vloer.

— Jetty, de rozen!

— Laat maar, vandaag .. .

— O, nee, juist niet, vandaag. Vandaag juist niet! riep Maria, en sprong op. Bhjf jij maar zitten, Jetty, ik doe 't wel alleen.

Jetty bleef zitten, en Maria trad de enkele treden af, naar het erf, waar, op het groote grasveld achter het huis, de prachtige, hoog-stammige rozen bloeiden. De kebon was er bezig de gevallen bladeren weg te ruimen; Maria vroeg hem zijn mes, en het hem de dorens afbreken van de takken, die zij had geplukt. Alleen donkerroode, vond zij, vandaag... of enkel witte ? Neen, witte niet. .. donkerroode, die duiden zoo goed de hefde, den hartstocht aan, die moet komen. ..

Zij verzamelde de donzig-fluweelen, diep-donkere bloemen der Bougainvilles, de mooiste rozen, die zij hadden, met haar warme kleuren en haar bedwelmenden geur ... Maar nauwelijks kon haar hand de takken vasthouden, toen zij terug-liep naar de achtergalerij.

— Kijk eens! riep zij, terwijl zij de rozen schikte' in de zeer groote, glad-kristallen vaas, die, met water gevuld, als altijd, midden op de ontbijttafel stond.

Henriëtte antwoordde niet. Zij staarde met vagen blik in het diepe blauw van den hemel; haar blank