is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

hebben kunnen gaan. En nu? O, je weet niet, hoe erbarmelijk verlegen ik me voel.

— Je moet er maar niet aan denken. En ik ben er toch bij? Dat geeft immers afleiding. Ik zal wel praten! Zeg, voel je je nu niet zoo'n beetje als 'n prinses, bij wie aan 't hof de een of andere koning op bezoek komt, om misschien 'n aanzoek te doen ?...

— Ik had altijd zoo'n hoop, dat Richard zich niet aan de afspraak zou houden. Dat hij zich niet aan de afspraak zou künnen houden. Dat hij wel op 'n ander meisje verliefd zou raken.

— O, hij zal dikwijls genoeg op andere meisjes verliefd zijn geweest... maar met jou wil hij trouwen.

— Ja, om m'n geld!

— Misschien wel, maar je wordt dan toch ook „gravin". En 't is wèl 'n persoonlijkheid, om verliefd op te worden.

— Hoe weet je dat nu? Alleen door z'n portret? Soeda, daar is papa.

De oude heer Van den Heuvel, een korte, breede man, met een ernstig, goed gezicht, reeds gekleed in zijn witte Singapore-pak, nam de morgenzoenen van zijn dochters in ontvangst, en zette zich aan de tafel, tusschen Henriatte en Maria in.

De damp van de nassie goreng steeg lichtjes omhoog in de lucht. De spada diende de gerechten, op rustige, geruischlooze wijze. Zij aten, stil, 's morgens werd er nooit veel gesproken.

— Kinderen, denk er om, vandaag komt Richard van Heeswyck hier.

Henriëtte en Maria wisselden een snellen blik. „Denk er om!" Alsof het hun een oogenblik uit de gedachte was!