is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"3

grijpen, ze zullen 't goed vinden... En, Richard, dan ... dan zal ik papa ook wel overhalen, je 'n betrekking in Holland te geven. Ik zelf ben óók liever daar . . .

— Schat, zei hij innig. En nog eens greep hij haar in zijn armen, en kuste haar. In deze oogenblikken was hij zóó gelukkig, dat hij alles vergat: zijn verhouding met Nicoline, zijn voornemen om „geld" te trouwen, Henriëtte... alles... alles vergat hij in zijn groot en nieuw geluk .. .

— Dickie, vleide zij, Dickie. ..

Toen kreeg hij zijn bezinning terug. Als een vlam schoot het bloed naar zijn hoofd. Wie noemde hem zoo ? ... Nicoline ... Hij wilde dien naam van haar lippen niet hooren.

— Wat is er, Dickie? vroeg zij ontsteld.

— Noem me zóó niet, vroeg hij, geveinsd-bedaard. Ik houd niet van die naam .. .

— Ik vind 't zoo'n aardige verkorting van Richard ... zei zij nog, maar te zeer opgaande in haar heerlijke vreugde, om veel van zijn verwarring te zien, of te vragen, waarom hij niet hield van dien naam...

Zijn heele gezicht was versomberd; zijn lippen hield hij op elkaar geklemd met pijnlijke kracht. O, als zij alles wist... Als zij wist, hoe vast hij Nicoline beloofd had tot haar terug te keeren, omdat hij van haar hield... Had Nicoline dat bedoeld, toen zij zoo droevig zei: Je komt niet terug... ik zie je nooit meer terug.. . ?

— Richard.... fluisterde Maria beschroomd. Zijn gedachten kwamen weer tot haar, aan wie

hij zijn liefde zoo juist had bekend. Hij keek haar De Biecht. 8