is toegevoegd aan je favorieten.

Het Permanente Hof van Internationale Justitie te 's-Gravenhage (art. 13-15 van het statuut van den Volkenbond)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

299

1H de stad zelve, waar het bureau gevestigd Is, moeten wonen; eene bepaling, die de keuze allioht zou hebben bemoeilijkt en waarmede in de practijk uit den aard der zaak de hand had moeten worden gelicht. Omtrent de plaats van bestemming van het bureau weifelde de Britsche ontwerper tusschen Ben Haag, Brussel en Bern, doch met algemeene stemmen besloot het comité tot de eerstgenoemde plaats, waarvoor namens het Nederlandsche Gouvernement -hartelijk dank werd gezegd. Toch was, naar de precedenten te oordeelen althans, geen andere beslissing te verwachten geweest; Immers, het'internationale postbureau, dat zijn bestaan dankt aan de Berner Conventie van 1874, is gevestigd in Zwitserland's hoofdstad ; het internationale bureau voor maten en gewichten heeft zijn zetel aan de boorden van de Seine en het bureau, in het leven geroepen door de Brusselsche acte van 1890 tot de beteugeling van den slavenhandel, is verbonden aan het Belgische departement van buitenlandsche zaken. Zoo moest ook wel dit bureau te 's-Gravenhage komen, evenals ons departement van buitenlandsche zaken moest belast worden met alles wat betrekking heeft op de acten en de nieuwe toetredingen tot de verschillende conventies van 1899 en 1907."

16. (pag. 75) Be jaarverslagen van het Permanente Hof, die den officieelen naam dragen van „Rapport du Conseil Administratif de la Cour Permanente d'Arbitrage sur les travaux de la Cour, sur le fonctionnement des services administraties et sur les dépénses de 1'exercice....", zijn uiteraard in den loop der jaren uitvoeriger geworden. Zij bevatten in den regel mededeelingen over de Mogendheden, die de verdragen' van 1899 en 1907 hebben geteekend; over de samenstelling van het Hof; over de arbitrages, die voor het Hof werden behandeld en de samensttUing der betreffende rechtbanken; over de documenten, die aan het Internationaal Bureau zijn medegedeeld; over de Carnegie-stichting en het Vredespaleis; over den Raad van Beheer, zijne. samenstelling, commissiên en vergaderingen; over het personeel van het Internationaal Bureau ; over de begrooting voor het volgende en de rekening van het voorafgaande jaar, en over de verdeeling van de onkosten over de aangesloten landen. Afzonderlijk heeft het Permanente Hof in den loop der jaren in het licht gegeven twee deelen, waarin zijn opgenomen de verdragen betreffende arbitrale beslechting van geschillen, voorzoover deze aan het Internationaal Bureau zijn medegedeeld.

17. (pag. 79) Zie ten aanzien van het in de verdragen van 1899 en 1907, betreffende de procedure, voor het Permanente Hof to volgen, bepaalde en gesprokene, resp. het reeds vermelde werk van de Mérignhac, pag. 341-375 en het werk van den Cubaanschen hoogleeraar de Bustamente Y Sirven: „La seconde Conférence de la Paix, réunie dans la Ha e en 1907", pag. 208-226. In het bijzonder belangwekkend zijn de beschouwingen, die door deze beide deskundige schrijvers worden gewijd aan de mogelijke revisie van een door het Permanente Hof gewezen vonnis.

18. (pag. 82) Verwezen mag hier worden naar de aanteekeningen 5 en 14, terwijl met betrekking tot de na 1899 gesloten tractaten van arbitrage, nog mag worden gewezen op het overzicht van de daarin voorkomende clausules, opgenomen in aanteekening 29.

19. (pag. 92). Het aantal clausules van dezen aard, waarin het Permanente Hof werd uitgesloten, is inderdaad gering. Toch zijn er enkele van beteekenis te vermelden, en als een bewijs van de vermeerderende belangstelling in de werking van het Permanente Hof mocht telkenmale worden geconstateerd, dat wanneer eene dergelijke uitsluiting van het Permanente Hof zich voordeed, niet alleen in de wetgevende vergadering van de betreffende landen, maar ook in de openbare meening dier landen zich stemmen ten gunste van het Haagsche rechstinstituut deden hooren. Merkwaardig is het wel, dat, t en Lord Cromer, de bekende diplomatieke agent van Engeland in Egypte, in een zijner laatste jaarUjksche overzichten eene geheel nieuwe regeling van het Internationaal toezicht over den Khedive voorstelde, hij in dat schema het Permanente Hof noemde als het lichaam, dat alle geschillen van deze nieuwe regeling zou hebben te vereffenen. Baartegenover weerhield de uiteraard langzame werking van het Permanente Hof er in sommige gevallen de contracteerende partijen van om het Hof als meest aangewezen rechter te erkennen ; dit is ook geschied in de algemeene acte der Mardkkaansche conferentie van Algeceiras van 1906, die in een harer laatste bepalingen de geschillen omtrent de instelling der Staatsbank in dit Moorsche Keizerrijk, met voorbijgang van het Permanente Hof, opdroeg aan het Zwitsersche Bonds-