is toegevoegd aan je favorieten.

Het onvolmaakte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door ; Hedwig's korte, hooge lachjes kirden vaak de begeleiding. Een enkelen keer werd er weieens op Judith's dichte deur getrommeld. Hè, wat was ze toch saai voor een jong meisje... ze moest beneden komen en meedoen ! Maar 't schrijven was altijd een heerlijke uitvlucht voor haar ; ze kwam niet beneden. Joop, die zichzelf tot plicht had gesteld haar in geen enkel opzicht meer te dwarsboomen — zooiets kón toch zijn invloed niet missen ! — zette dan op de gang allerlei voor haar neer : vruchten, bonbons, limonade . .. „Er staat wat voor je ..." riep hij zacht, trillend van heimelijke hoop dat ze even open zou doen. Maar de deur bleef altijd dicht en pas als hij weer beneden zat, hoorde hij haar boven loopen.

Toch was hij al heel tevreden zoo. Hij zag Judith wel zelden en dan had haar houding al héél weinig bemoedigends, maar hij was toch in één huis met haar, wist dat ze alleen boven zat en geen andere mannen om zich heen had. Gevaar bestond er volgens hem niet — en dat gaf tenminste rust. Hij kon wachten ...

Mevrouw Van Tuininga wende gauw aan zijn geregelde bezoeken. Er was dan toch ook niets tegen dat de jongen kwam als hij toonde verstandig te zijn en niet meer aan Judith te denken ? En bovendien : Judith zelf was er bijna nooit; 't ging best zoo en 't gaf nog wat gezelligheid. Werkelijk, ze had in tijden niet zulke prettige avonden gehad als nu Joop en Piet erbij waren ! En Hedwig was zoo goedgehumeurd . . zong den heelen dag en studeerde weer een beetje piano ! Van Dongen raakte zeker op den achtergrond. . .

Door 't drukke komen van de jongelui viel Huug's wegblijven in den aanvang niet op. Zijn bezoeken waren in Amsterdam nooit vele geweest. Maar Hedwig, midden in een spelletje whist, uitte op een avond ineens haar verwondering.

fjee — we zien heelemaal Judith's aanbidder niet meer !"

298