Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

460

LEIO- EN E1BROMYOMA.

de endotheelcellen zijn aan het omgevende myoomweefsel gekleefd, misschien door uiterst fijne vezeltjes daarmede verbonden. Welbent bezit elke bundel tenminste één bloedcapülair. De bundels zelf zijn in verschillende richtingen door elkander heengevlochten (afb. 139), zij worden omgeven door bindweefsel, waarin hier en daar grootere bloedvaten liggen. Die bindweefselscheeden, die verschillend dik zijn, scheiden dus niet alleen de spierbundels, doch bevestigen ze tevens aan elkander.

Het leiomyoom is in den regel een scherp begrensd gezwel, min of meer bolvormig, soms door het verdrongene en gerekte begrenzende weefsel als door een kapsel omgeven

Afb. 139. Leiomyoma uteri, deels fibromyoma. Door elkander gevlochten spiercelbundels.

(afb. 140). Op doorsnede wisselen doorschijnende met minder doorschijnende, witachtige bundels en deelen af: de eerste zijn overlangsche, schuine of dwarse doorsneden van vezelarme spiercelbundels, de laatste van vezelrijke bundels of van bindweefsel.

Het leiomyoom komt vooral voor in de baarmoeder, veel zeldzamer in den darmwand, de huid (arrectores pili) öf heterotopisch elders, oiin een.teratoom. Naar hun zitplaats onderscheidt men de uterusmyomen in subsereuze (vaak gesteelde), interstitieele of intramurale (geheel in den spierwand) en submukeuze, niet zelden gesteelde.

Het gladde spierweefselgezwel groeit in den regel centraal en metastaseert niet, het is dus goedaardig, al kan

Sluiten