is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding ten dienste van besturen en onderwijzers aan bijzondere lagere scholen, bijzondere kweekscholen en bijzondere normaallessen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet Lager Ondertoijs.

82

Art. 59quinquies.

van het adres der commissie van beroep waartoe de school behoort in een der gangen of lokalen der school op eene zichtbare plaats is opgehangen en dat eventueele veranderingen daarop worden aangeteekend. Deze bepaling dient om te voorkomen dat de onderwijzer, in geval van ongevraagd ontslag niet zoude weten tot wien hij zijn bezwaarschrift daartegen zou hebben te richten.

Hoewel de wijze waarop de commissiën van beroep zullen werken, geheel aan haar is overgelaten, worden in art. 5 eenige punten aangegeven, die in het huishoudelijk reglement van elke commissie moeten worden opgenomen, n.1. ter verzekering van eene behoorlijke procesorde. Ten einde hierop toezicht te kunnen uitoefenen is in art. 6 bepaald, dat het huishoudelijk reglement door den Minister moet zijn goedgekeurd.

De bij de hier bedoelde commissiën in te dienen beroepschriften zijn vrij van zegel. Bij hare beslissingen mag echter geen rekening worden gehouden met den inhoud van eenig ongezegeld stuk dat volgens de wet aan zegelrecht is onderworpen, noch met eenig stuk dat van onvoldoend zegel is voorzien. Akten van aanstelling en van ontslag van onderwijzers, de quitantiën wegens salaris enz. vallen hier natuurlijk niet onder, omdat deze stukken volgens de wet vrij van zegel zijn.

De uitspraak der commissie is vrij van zegel volgens het bepaalde in art. 32, sub 11°., der Zegelwet 1917.

Omtrent het groepeeren van de verschillende scholen tot vorming eener commissie van beroep, beslissen de schoolbesturen. Het onderwijzend personeel heeft toe te zien, dat de bepalingen van art. 59bis, 7e en 8e lid en de artikelen 59ter en 59quater der Schoolwet worden nageleefd. Bij de aanvrage om rijksvergoeding, moet steeds eene desbetreffende verklaring (N. S. no. 1643) worden overgelegd, onderteekend door het hoofd en alle overige onderwijzers, zoowel vaste- als tijdelijke-, verplichte en niet-verplichte onderwijzers, die in het afgeloopen jaar aan de school zijn verbonden geweest. Indien die verklaring ontbreekt, loopt men gevaar de rijksvergoeding te verhezen, omdat alsdan niet het bewijs is geleverd, dat aan deze subsidievoorwaarden is voldaan.

62. NlET-TOEKENNEN VAN PERIODIEKE WEDDEVERHOOGING.

Artikel 59quinquies. 1. Het bestuur der school kan beslissen, dat eene weddeverhooging wegens dienstjaren niet wordt toegekend. Het doet den belanghebbende schriftelijk mededeeling van de gronden, waarop deze beslissing berust. Het is bevoegd te bepalen, dat deze weddever-