is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschied- en waterstaatkundige beschrijving van de waterschappen en polders in het eiland Tholen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110

WATERING VAN POORTVLIET

En dat zulks in werkelijkheid het geval was, blijkt ook uit het volgende: Toen graaf Willem VI op 18 Augustus 1420 binnen Leiden kwam volgden hem ook zijn 3ö mannen van Poortvliet, aan welke „overmits menighen ghunst ende duecht den stede bij het belegt bewezen" geschonken werden „7 grote harnassche kasen". Ook de door hen te maken uitgaven in de herbergen nam het stadsbestuur voor zijne rekening, terwijl het ook twee wagens huurde, om de manschap de terugreis over Delft te doen aanvaarden, (x)

Op grond van dat alles ontvingen de ingezetenen van Poorlvliet van Philips van Bourgondië bij schrijven van 22 October 1462 nog bericht, dat het ambacht nimmer van de Grafelijkheid zou worden gescheiden of vervreemd, (a) Maar ruim twee eeuwen later, in 1639, gingen er onder de Staten stemmen op, om onder andere ook de heerlijkheid Poortvliet te verkoopen. Eenige leden hadden daartegen bedenking, voorgevende dat Poortvliet niet te vervreemden was. Men verlangde inzage van het privelege, waarbij de verkoop niet was toe te staan. Na kennisneming van het daarop betrekking hebbende stuk, werd het voornemen tot verkoop opgeheven. Het besluit van hertog Philips was toen reeds oud, doch nog geacht als te zijn van kracht. Dan, ongeacht deze uitkomst, in 1704 werd ook Poortvliet door de Staten, zij het dan wederom niet zonder verzet, in veiling gebracht en verkocht.

Geven wij na deze uitweiding ook hier nog eenige plaats aan de accressen, welke eerst na het ontstaan van de oorspronkelijke watering daaraan zijn toegevoegd, namelijk aan de polders Priestermeet en Bartelmeet.

Priestermeet. Dan, al weten wij nu al uit het bijgebrachte met genoegzame zekerheid onder welk beheer de accressen Priestermeet en Bartelmeet en andere zijn tot stand gekomen, de tijd hunner kan niet met zekerheid worden bepaald; doch de beide hier bedoelde oudste aanwinsten hebben altoos gegolden als onafscheidelijke deelen van de watering. Uit de gesteldheid van den grond is ook na te

(x) Stadsrekeningen van Leiden. (aj Bourgondische Charters.