Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

464

WATERSCHAP DE VRIJE POLDERS ONDER THOLEN

volgende jaar nog niet was voltooid. Door velerlei oorzaken had. de uitvoering ook nog eenige vertraging ondergaan. Men had steeds met gebrek aan fondsen te kampen gehad. Wel was een belangrijk bedrag van het Weeshuis te Tholen opgenomen, maar wat de inning der dijkgeschoten betrof, daarbij hadden zich vele moeilijkheden voorgedaan ; wijl daarvoor van menigeen eigendommen moesten worden te gelde gemaakt.

De Staten verleenden ook in 1675 nog groote geldelijke bijdragen aan den rampspoedigen polder, doch met deze was het geleden leed en de ingetreden verarming ook weder door deze gebeurtenis als opnieuw ontstaan, niet geheeld. De oogst van 1671 was door het zeewater in de schuren bedorven en in het daarop volgende jaar, in 1672, stonden de landen en de wegen nog overal onder water; niets kon tot teling van vruchten worden ondernomen. Zoo was het zelfs nog in de beide volgende jaren, en onder dit alles was de polder dermate in het opbrengend vermogen geknakt, dat het uitzicht ook voor de naaste toekomst aller donkerst was. Ten opzichte van het laatste, de gesteldheid van den grond, kan men zich het best een denkbeeld vormen, wanneer men verneemt, dat bij de sluiting van den dijk in 1672 veel water was binnengepolderd, en dat de sluis in het voorjaar van 1674 zelfs nog niet eens was voltooid ! Men leefde dus bij ingevloeide landen zonder dat iets tot zeewaartsche ontlasting kon worden verricht.

Jammerlijk was het ook met de werklieden gesteld. Deze werden sinds lang niet geregeld betaald, en waren daarom zelfs vaak tot het plegen van gewelddadigheden overgegaan, zoodat het Bestuur eindelijk genoodzaakt was het besluit te nemen, om geene nieuwe uitvoeringen meer te ondernemen, zoolang de fondsen daartoe benoodigd, niet beschikbaar waren gesteld. Men had zelfs overlegd, om de betaling der Statenlasten uit te stellen, of om te verzoeken van het voldoen daarvan te wordeu verschoond; iets wat in 1675 kan geacht worden te zijn geschied, toen ingelanden van de ondergevloeide gronden belangrijke bijdragen werden toegestaan, waaruit onder andere ook

Sluiten