Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

482

(dalempolder) de vrije polders onder tholen

de XVlIIe eeuw nog bepaald, als gelegen te zijn in de weide van Jonkvrouw Anna Manmaker, is thans geheel aangeaard; zij moet dus vroeg zij n ontstaan, hetgeen ook verband houdt met de omstandigheid, dat zij niet vanwege de Grafelijkheid werd benut, maar steeds ten bate was gelaten van het Baljuwschap van Tholen. (o.) Eindelijk zij nog bericht dat het poldertje in 4808 tengevolge van dijkbreuk in den Deurloopolder nog eenig nadeel geleden heeft, (&)

De Vrouw-Beliapolder bestaat doorgaande uit iets zwaardere klei dan de aanliggende polders, waarin het bewijs ligt opgesloten, dat zijn bodem ook uit zeebezinkingen van een iets lateren tijd is ontstaan.

In de dijkage bestond ook eene hoeve, welks oudst bekende eigenaar of bewoner, Hughe Lauwenssoen Reynouts, in 1403 bij de uitgifte van Broodeloos wordt genoemd. Deze was het, die in 1423 in Tholen's kerk het St. Eligius Altaar stichtte met eene daaraan verbonden schenking van 17 Gemeten lands. In de laatste helft van de XVIe eeuw was deze hofstede het eigendom van Gregorio del Plano, van 1571 tot en met 1578 Baljuw van Tholen ; ook daarop drukte toen nog eene rente ten bate van Tholen's kerk of armen, van 11 schellingen 3 grooten, die jaarlijks op St. Andriesdag moest worden afgedragen, (c)

Dalempolder.

De oudste van de noordelijke aanwinsten tegen den Vijftienhonderdgemeten-polder, is die waarin de stad Tholen gedeeltelijk is gevestigd, en die onder den naam van Dalempolder staat bekend.

Het gors, dat dezen polder hèeft opgeleverd, maakte deel uit van de Vriezendijksche moeren, voor' zoover die bier in den uitloop van de Ee of de Striene en langs den zoom van een anderen stroom, door het tegenwoordige Nieuweland, zijn ontstaan.

Bij de inpoldering van den Vijftienhonderdgemetenpolder,

(a) Statennotulen van 1718. Ook de visscherij van da weel van Oud-Strijen kwam ten bate van dit Baljuwschap.

(ij S. van Boet De watervloed van 1808 pag. 347. (e) Gregoria del Plano overleed in 1604.

Sluiten