is toegevoegd aan uw favorieten.

Indische spoorweg-politiek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

„Van Magelang naar Willem I is het terrein voor een groot gedeelte, na„melijk tusschen Post Setjang en Willem I' zeer geaccidenteerd; de mogelijkheid „bestaat echter, een spoorweg te traceren, waarvan zoo noodig de sterkste heldingen 1—60 a 1—100 en de klenste stralen 300 meters zijn; echjter zal het gekruik van kleinere stralen besparing in kosten geven".

Op blz. 95 begrootten de rapporteurs het aanlegkapitaal voor deze lijn op ƒ 29.655.000.—.

Naar aanleiding van dit verslag werd bij K. B. van 22 Februari 1871 II' 12 eene commissie benoemd, welke den 17den Augustus van dat jaar haar rapport indiende (2).

Na vooraf de noodige Indische adviezen (3) ingewonnen te hebben, werd den 7den November 1871 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een ontwerp van wet tot aanleg van spoorwegen aangeboden. In dit ontwerp kwam de Serajoedallijn niet voor (4), zoodat ik dit deel der spoorweggeschiedenis stilzwijgend voorbij zou kunnen gaan ware het niet, dat de Memorie van Toelichting aanleiding had gegeven tot heel wat commentaren in de pers. Een anonieme tegenstander der regeeringsplannen bepleitte nadrukkelijk een lijn van „Tjilatjap door het dal van de Seraija b.v. tot Banjer Negara" (5).

Op blz. 16. zijner brochure ontwikkelde deze blijkbaar militaire schrijver zijne plannen nader:

„Van de Preanger zal de lijn (d. i. de stamlijn) moeten loopen naar Banjoemas, niet langs de moerassen en de Kinderzee, waar de gemeenschap zeer „spoedig verstoord zoude kunnen worden, op gelijke wijze als bij de Tjitarum, „maar noordel ij ker nagenoeg waar nu de telegraaflijn is gespannen „over Poerwakerto naar de hoofdplaats Banjoemas in het dal van Seraija. Een „zijtak naar Tjilatjap noodig zijnde, moet deze weder zoo spoedig mogelijk de „kust verlaten en dus, zoo al niet ten westen, dan toch ten oosten zeer nabij „de Tjidonan worden gelegd in de rigting van Djirok legie. Van Ban„joemaas dient het tracé verder het dal van Seraija te volgen tot aan het Wono„sobosche; want Bezuiden het gebergte, hetwelk genoemd dal ten Zuiden in„sluit, loopende, zooals in het wetsontwerp is voorgesteld, kan de weg bezet of „althans vernield worden door troepen, die voor een goed deel van het jaar „kunnen landen in de Schilpadbaai ten oosten van Tjilatjap, o.a. bij Kali Tjetir, „en welligt nog oostelijker, waar het strand vlak is.

(=) Zie: Geschiedkundig Overzicht van het Ontstaan der Spoor- en Tramwegen in Ne d.-I n d i ë, samengësteld door A. W. E. W e ij e r m a n, Secretaris der Permanente Militaire Spoorwegcommissie, 1904. Javasche Boekhandel en Drukkerij, Bijswijk-Batavia, blz. 23.

Zie ook Hooldstuk I: de lijn langs Java's Noordkust §1, en vooral het Wetsontwerp van Bosse. Handelingen der Staten Generaal Gedrukte Stukken 1871—72 1T? 57 1 t/m 5.

(") Zie bijlage XIX waarin de Serajoedallijn ter sprake komt.

(4) Zie bijlage II.

(•) M. Eenige algemeene Beschouwingen naar aanleiding van art. 2 der Ontwer p-w et tot aanleg van spoorwegen op Java. 's Gravenhage, Gebr. Belinfante 1872.