Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXVII.

494

Artikel 25.

(1) Het rollend materieel van elke groep van lijnen, als bedoeld in artikel 15, wordt in een of meer van Regeeringswege gewaarmerkte registers ingeschreven, met vermelding van de kosten van aanschaffing, van de data van indienststelhng en van de korting op de kosten van aanschaffing toe te passen ingevolge het bepaalde in artikel 19, eerste hd, bij de omschrijving van letter B onder b.

(2) Behoudens het bepaalde in het volgende hd zijn onder „kosten van aanschaffing" te verstaan de oorspronkelijke kosten van aanschaffing eventueel vermeerderd met de kosten van wijziging of verbetering en verminderd met: de aanschaffingswaarde van voorwerpen, die tengevolge van wijziging of verbetering niet meer aanwezig zijn, na aftrek van «ene korting op die waarde als bij het vorige lid bedoeld. De aanschaffingswaarde is gehjk aan de kosten van aanschaffing of, indien deze kosten onbekend zijn, aan die welke zouden worden vereischt om het niet meer aanwezige voorwerp door een nieuw gelijksoortig, te .vervangen.

(3) De korting, bij het eerste hd van dit artikel bedoeld, wordt berekend over de „kosten van aanschaffing", bepaald overeenkomstig het Vorige hd, echter zonder aftrek van korting op de aanschaffingswaarde van voorwerpen, die tengevolge van wijziging of verbetering niet meer aanwezig zijn. De berekening geschiedt voor elk kalenderjaar over de kosten van aanschaffing bij den aanvang van dat jaar.

(4) De in het eerste lid bedoelde registers worden voortdurend bijgehouden.

(5) Een afschrift van elk dezer registers wordt aan den Minister van Koloniën overgelegd, terwijl telken jare vóór 1 Augustus aan dien Minister een opgaaf wordt verstrekt van de wijzigingen, welke de registers in het afgeloopen jaar hebben ondergaan.

(6) Naar aanleiding van deze opgaaf worden de eindcijfers van de kosten van aanschaffing en de daarop bij naasting of overneming toe te passen korting — gevende den prijs van overneming van het bij het einde van het betrokken jaar aanwezige rollend materieel — jaarlijks tusschen den Minister van Koloniën en' de Maatschappij vastgesteld. Geschillen dienaangaande worden beslist door scheidsmannen.

Artikel 26.

(1) Van het bedrag, overeenkomstig artikel 19 onderscheidenlijk artikel 20 door het Gouvernement van Nederlandsch-Indië te betalen, verder in dit artikel „naastingsprijs" genoemd, wordt op den dag der naasting onderscheid enlijk der overneming, een gedeelte ter beschikking van de Maatschappij gesteld en wel voor elke groep van lijnen, als bedoeld bij artikel 15, zooveel als wordt verkregen door samentelhng van: "ëi**^ a. het saldo of de som van de saldi der ingevolge artikel 21 opgemaakte bouwrekening(en);

Sluiten