is toegevoegd aan uw favorieten.

Indische spoorweg-politiek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

67

Staatswege van een tram Madioen-Ponorogo, ook al kwam deze verbinding niet voor op het Algemeen Spoorwegplan van 1893 (brief van 30 September

1895 No. i4o74|SS). Den 20 Januari 1896 antwoordde de Regeering bij missive ié G. S. No. i44, dat Zij voorloopig afzag van het denkbeeld om de lijn Madioen-Ponorogo voor Staatsaanleg in aanmerking te brengen. Aanleiding hiertoe was een mededeeling der heeren P. C. Huyser en H. K. Myer aan den Landvoogd, dat zij wéldra op een kort te voren afgewezen aanvraag zouden terugkomen, hetgeen echter niet geschiedde. Deze afwijzing betrof hun verzoek van 25 October 1895 om concessie voor de lijn Madioen-Ponorogo (in aansluiting met een door hen gevraagde verbinding Toeloeng Agoeng—Trenggalek—Ponorogo) voor het géval de concessie-Voute mocht komen te vervallen (afgewezen bij G. B. van 18 December 1895 No. 17).

Van de talrijke concessieaanvragen in dit tijdvak voor tramwegen vermelden weg die van de heeren H. K. Mijer, P. C. Huyser en J. D. Ruys van 19 October 1896, M. C. Verloop van 2 October 1896, H. C. U. J. Huber van 29 Januari 1897, E. A. Wijnmalen van 30 Maart 1897, allen voor een tramweg van Madioen naar Ponorogo en allen afgewezen bij G. B. van 26 September 1897 No. 23. Verder die van den heer E. M. Collard van 3 October

1896 voor een tramlijn van Ngareng over Ngawi en Madioen naar Ponorogo met zijtak van Ngawi naar Paron (afgewezen bij G. B. van 26 September 1897 No. 22), alsmede die van den heer J. Ph. Nickel van 22 Mei 1897 voor een hjn van Madioen over Ponorogo en Trenggalek naar Toeloeng Agoeng, afgewezen bij G. B. van 30 October 1897 No. 20 (hiemieuwde aanvraag van 17 December 1897, afgewezen bij G. B. van i4 Mei 1898 No. 22).

Een verzoek van den heer L. M. Tyl voor aanleg van een lijn Toeloeng Agoeng—Trenggalek en Trenggalek over Madjasan (bij Ponorogo), Slahoengi Patjitan naar Solo met zijtakken van Madjasan naar Madioen en van Patjitan naar de haven aldaar (?) dateerende van 22 Juni en 27 Juli 1896 werd bij G. B. van i4 Mei 1898 No. 22 voorloopig in advies gehouden, onder meer in verband met de in overweging zijnde vraag of het wel aanbeveling verdiende, om verbindingen westwaarts van Toeloeng Agoeng en vooral eene verbinding Madioen-Ponorogo uit handen te geven (zie ook bijlage XXIII).

Omtrent deze plannen tot staatsaanleg is in Hoofdstuk I van deel II der Indische Spoorwegpolitiek het noodige opgemerkt. 5) Hier kan thans volstaan worden met te vermelden, dat de concessie aan den heer Tyl verleend werd bij G. B. van 24 Augustus 1899 No. 22 (zie bijlage XXIV), dat verlenging van den aanvaardingstermijn geschiedde bij G. B. van 1 November 1900 No. 54 en dat zij bij G. B. van 25 September 1901 No. 10 vervallen verklaard werd, wegens niet tijdige aanvaarding. Bij deze beslissing werd, op een hernieuwd' verzoek van den heer Tyl, volhard bij G. B. van 22 Maart 1902 No. 28.

Behalve deze tramplannen hingen er ook nog plannen tot aanleg van spoorwegen in deze streken in de lucht; zoo vroeg de heer W. H. J. Keuche-

B) Zie bladzijde 10 aldaar.