is toegevoegd aan je favorieten.

Indische spoorweg-politiek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage XVII.

VOORWAARDEN, waaronder aan de Kediri Stoomtram-Maatschappij vergunning is verleend voor den aanleg en de exploitatie van een stoomtramweg van de hoofdplaats Kediri over Pesantren, Parée en Ngoro naar Djombang, met zijtakken van Pesantren naar Wates, van Parée naar Papar, en van Parée naar Peh Sentee, vastgesteld bij artikel 2 van het besluit van den Gouverneur-Generaal van 31 December 1894 No. 42. x)

Art. i. Op dezen tramweg zijn van toepassing de artikelen 4 tot en met i4 van de voorwaarden, vastgesteld bij artikel 2 van het besluit van Q Augustus 1893 No. 23 (Staatsblad No. 191).

Art. 2. De tramweg zal bestemd zijn voor het vervoer van personen en goederen.

Art. 3. De spoorwijdte zal bedragen 1.067 Meter.

Art. 4. Het waarborgkapitaal, bedoeld in artikel 4 der voorwaarden' in Staatsblad 1893 No. 191, wordt bepaald op ƒ 20.000 (twintig duizend gulden).

Art. 5. De tramweg zal op het station Kediri en op de halten Papar en Djombang in aansluiting moeten worden gebracht met den Staatsspoorweg.

Omtrent de voorwaarden dier aansluiting, het gemeenschappelijk gebruik voor zooveel noodig van het station, van de halten en van sporen van den Staat, het doorgaand goederen-verkeer, het gemeenschappelijk wagengebruik en dergelijke meer, treedt de ondernemer in overleg met den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken.

Bij gemis aan overstemming beslist de Gouverneur-Generaal.

Art. 6. De tramweg moet geheel gereed en in exploitatie gebracht zijn binnen drie jaren nadat de vergunning overeenkomstig artikel 5 sub 1 der voorwaarden in Staatsblad 1893 No. 191 zal zijn aanvaard. 2)

Art. 7. Indien de tramweg langs of over erfpachtsgronden loopt, worden door den ondernemer de noodige overwegen ten gerieve der erfpachters aangelegd.

1) Zie Bijblad No. 5110.

2) Van de aanvaarding op 9 December 1895 is aanteekening gehouden bij het G. B. van 2 April 1896 No. 27.