is toegevoegd aan uw favorieten.

De typen der mededeeling

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

voorkomen!'. Hoewel dus 'Hei!' practisch hetzelfde doet in het algemeen als 'Hendrik!' in een afzonderlijk geval, moet men het daarmede vooral niet tot één rubriek brengen. Terwijl bij 'Hendrik' = 'H., luister eens!' het aanspreken wordt uitgedrukt door wat men roept, de zin door dat men roept, dus door den toon, wordt in 'Hei!' het aanspreken zoomin uitgedrukt als in 'Blgf even staan!'; het ligt er implicite in. Ter specialiseering echter kan, even als bij dit laatste, bij 'Hei!' de aangesprokene worden toegevoegd: 'Hei jongen!', 'Hei Hendrik!'

Wij zijn dus met 'Hei!' aangeland bij de uitroepen welke (natuurlijk acolische) aequivalenten zijn van een imperatievischen (dit woord ruim genomen) zin. Andere overbekende vrb. zijn: 'Ho!', 'Koest!', 'St!', 'Toe!', 'Nee!' in den zin van 'Laat dat toch!'; en van 'Hei jongen!', 'Hei Hendrik!' zijn 'Ho paard!', 'Koest Polio!' tegenhangers. Ook komen soortgelijke toevoegingen voor als bij gewone imperatievische zinnen; vgl. 'Ga maar!' met 'Ho maar!', 'Toe maar!' en 'Ga dan toch!' met 'Toe dan toch!', of 'Ga nou!' met 'Koest nou!' (vgl. ook 'Stil nou!'); haar ontbreken bij 'St!' zal zekerlijk berusten op de licht constateerbare moeilijkheid om na dit vocaalloos woord onmiddellijk door te spreken. Sommige dgl. verbindingen zijn zoo gewoon dat men ze wel eens als afzonderlijke woorden voelt: 'Toe "dan!', 'Hei wat!'; het laatste wordt ook wel aaneengeschreven, en is blijkbaar voor het taalgevoel een dgl. verbinding als 'Heila!' (dat ook wegens 'Hola!' een compositum-indruk maakt); evenzoo 'Heidaar!'. — Het imperatievische des uitroeps kan ook bestaan in een zelfopwekking; met 'Kom!' b.v. kan men öf een ander öf zich zelf aansporen om iets te gaan vërrichten.

Daar een imperatievische zin logisch de waarde heeft van een samengestelden, b.v. 'Ga weg!' van 'lk verlang dat jij weggaat' (of wil men van 'Jy gaat teeg is wat ik verlang'), geldt dit ook van de besproken interjecties. Natuurlijk heeft elke uitdrukkingsvorm zgn eigen beteekenisschakeering; in 't algemeen kan men zeggen dat bij toenemende kortheid het