is toegevoegd aan je favorieten.

Opleiding van gevangenisdirecteuren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

„(ervaring als hun belangrijke positie maken hetwensche„lijk, dat zij aan de bezoekende instellingen leiding en „voorlichting verstrekken." (Min. miss. d.d. 18 Juli 1913, 3 Afd. D. No. 564).

In deze citaten ligt o. i. de erkenning opgesloten, dat het van de meerdere of mindere bekwaamheid der directeuren „grootendeels" afhangt, of de theoretische Beclasseeringsmaatregelen in de practijk het volle recht wedervaart, dan wel, dat ze schipbreuk lijden door gebrekkige of onvoldoende uitvoering.

De directeur van een straf gesticht van eenigen omvang moet dus een beschaafd en goed onderlegd man zijn met algemeene ontwikkeling en een frisschen, ruimen en toch scherpen blik op menschen en zaken, wil hij passen in het toekomstige systeem. Een systeem, dat langzaam maar zeker gemoderniseerd wordt, daartoe gedwongen door de telkens te treffen en reeds getroffen nieuwe maatregelen.

Die Directeur moet dus naast practische ervaring en administratieve kennis, toch stellig ook een goed- in en overzicht hebben van het stelsel, dat hij moet helpen uitvoeren en daarnaast eenige elementaire kennis van paedagogie en psychiatrie, wil hij in staat zijn de zoozeer verschillende karakters „voldoende" te begrijpen, om aan te geven, hoe de leiding en behandeling zijn moet: Immers van hem hangt het bijna geheel af, of zijn ondergeschikte beambten de gevangenen zullen behandelen als „boeven", allen over één kam scherend, dan wel, dat zij onderscheid zullen maken tusschen de hardnekkige, onverbeterlijk gebleken recidivisten (de zoogenaamde „onoplosbare rest") en de sociaal-gestruikeld en, waarvan nog velen — mits onder goede leiding — later in de samenleving, die ze — tijdelijk — als ondergeschikten uitstiet, kunnen terugkeeren als bruikbare leden.

Is die Directeur door gebrek aan ontwikkeling van gemoed en geest niets anders dan een bekrompen, maar nauwgezette uitvoerder van de hem, van boven af, verstrekte „reglementen en nog eens reglementen", reikt zijn blik niet verder, heeft hij geen begrip van de ideale zijde van zijn ambt en de macht, die hij ten goede en ten kwade .kan uitoefenen, dan is hij een dood element, zonder beteekenis en waarde voor de Reclasseering van gevangenen.

Reeds in een nu vergeten en ten deele verouderd wefk (Handboek voor Directeuren en Bewaarders in gevangenissen,