is toegevoegd aan je favorieten.

Flora en fauna der Zuiderzee

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

294

DE LtNT

het 2 4- bij het o" 6-ledig. De furcatakken zijn lang en smal. De eerste antennen reiken bil het ? 'teruggeslagen tot het einde van de furca; bij het o" is de rechter antenne tot gri,porpaan geworden. Bij het ? is het vijfde pootje kort en eenigszins rudimentair; bij het o" is het tot grijporgaan geworden. Lengte volgens Sars van een volwassen ¥ 1.5 mm., van een 2 uit de Zuiderzee 1.0 mm. .. ,

Temora longicornis wordt meer aan de kust dan in de open zee: gevondenzij komt voorin de West- en Oostkust v/d. Ad. Oceaan tusschen 40°-72° N.B b, Britsche eilanden. Iersche Zee. Shetland eilanden, Noorsche ^ Fi^che kust, in het Kanaal in de Noordzee, Skagerrak, Belt, Kattegat. Oostzee. Bothnische Golf. Kieler bocht tot m de Schwentine en in den mond van de Elbe. Bovendien is zij gevonden in de Middellandsche Zee en in den Indischen Oceaan. . ' Tr

Voor ons lid is zij gevonden op de Oosterschelde (Redeke. 1902) en op het Harinavliet tot in het Vuile Gat. Van Breemen (1905) vermeldt haar voor de Waddenzee en voor de Meer; Redeke en Van Breemen (1907) vonden haar sporadisch in de Zuiderzee en wel in het Val van Urk, op de Houtrib, bij Oosterleek. op de Knar en op het fcnkhuizerzand. (S. 13.9-16.9). a , .

Door mij werd Temora een enkele maal in de monsters aangetroffen evenwel veel minder dan Centropages hamatus. Zoo vond ik haar in September 1920 in enkele exemplaren bij de ton van de Gammels en vrij veel op de Munnikplaat en op het Vrouwenzand, in Juni 1921 vrij veel dwars van de Ven In andere monsters, die üi Tuni 1912 gevischt waren op de Spaanderbank en het Val van Urk. kwamen enkele exemplaren voor. Het zoutgehalte wisselde tusschen 13.7-20.7 promiUe. In September 1921 kwamen op het Vrouwezand naast de volwassen individuen enkele nauplii voor. Deze zijn betrekkelijk slank en te herkennen aan de beide eindborstels, die zeer lang zi n en waarvan de linker veel langer is dan de rechter. De tastborstels zijn goed ontwikkeld (Oberg 1905, p. 43). _ , , \ _ , '

Behalve de bovengenoemde kwamen in de Zuiderzee nog enkele Copepoden voor, die tot de familie der Centropagidae behooren, maar die zoo zeldzaam zijn en daarom van zoo weinig belang, dat ik ze alleen volledigheidshalve kort zal vermelden.

6. Paracalanus parvus Claus, algemeen in de Noordzee, werd door Van Breemen m

de Meer gevonden. ' , , ,

7 Pseudocalanus elongatus Boeck is eveneens algemeen m de Noordzee en werd door Van Breemen in de Meer gevonden. Door Redeke en Van Breemen werd zij waargenomen in het Val van Urk, bij de Houtrib, bij Oosterleek, op de Knar en bij den INek.

FAM. PONTELLIDAE

De kop is van den thorax gescheiden; de beide laatste thoraxsegmenten zijn meestal versmolten. Gewoonlijk is een rostrum aanwezig, dat vertakt is. Het abdomen is 1—3 ledig, de eerste antennen zijn 16-24 ledig. Het exopodiet van de looppooten is 3 ledig; het endopodiet van het eerste pootpaar is 2- of 3-, van de overige is het 2 ledig. Het 5* pootje is rudimentair. Bij het o" is het abdomen 5 ledig en is de rechter antenne tot grijporgaan geworden.

8. Acartia bifilosa (Giesbr.)

Dtas bifilosus W. Giesbrecht in: Ber. Komm. Unters. Meere Kiel IV, 1884, p. H7.pl. 2. fig. 18; pl. 3, fig. 6. 18. 20; pl. 5. fig. 20; pl. 6. fig. 9; pl. 7, fig 1; pl. 8 fig. 20. 31. 34; pl. 9, fig. 9, 29; pl. 10, fig. 13, 39, 45, 47; pl. 11. fig. 5; Acartia bifilosa Giesbrecht, Pd. Cop. Neapel. 1892. p. 507.