Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1159

ia het kanaal hooger of lager dan de genoemde hoogte is;

c. voor het binnentoeleidingskanaal naar de oude Noordzeesluiaen 7.10 M. bij een waterstand in het kanaal van 0.50 M. — N.A.P. en zooveel meer of minder als de waterstand in het kanaal hooger of lager dan de genoemde hoogte is;

d. voor het vaarwater beoosten Amsterdam en voor de Oranjesluizen 3.50 M.;

e. voor de zijkanalen naar Spaarndam, naar Nauerna en naar Halfweg tot 1100 M. benoorden de . sluizen aldaar 3 M.;

f. voor het iijkanaal naar Nieuwendam 2.80 M.;

g. voor het zijkanaal naar Westeaan 2.20 M., uitgezonderd de ligplaats voor zeeschepen in dit zijkanaal waar, naar gelang van de aanwezige diepte, zeeschepen worden toegelaten van 5.50 M. diepgang aan het begin tot 3 M. diepgang aan het einde;

ft. voor het zijkanaal naar Oostzaan 2 M.;

i. voor het zijkanaal naar Beverwijk 2 M.;

k. voor het zijkanaal naar de Molensiuis en het zuidelijk gedeelte van het zijkanaal naar Halfweg 1.30 M;

ï. voor de bUskruithaven 2.75 M.

4. De voor het hoofdkanaal aangegeven diepgang geldt ten westen van Amsterdam voor de waterstanden, afgelezen aan de peilschalen aan de NoordzeeB&uizen;

ten oosten van Amsterdam voor de waterstanden, afgelezen aan de peilschalen aldaar, of aan de Oranjesluizen.

Sluiten