is toegevoegd aan uw favorieten.

Bart Jorgen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cape op den grond, nam een aanloop en sprong. Hij viel op zijn handen in het koude gladde gras, was dadelijk weer op de been en ging het geitje bevrijden, dat met steigerenden kop in het rond begon te draven en nog voor hij terug was bij de sloot, ach opnieuw in het touw had verward. Bart verkortte het touw, legde wat gras voor hem neer en wendde zich naar de sloot. Het terug springen was niet zoo gemakkelijk.

De andere oever was hooger en op het gladde gras kon hij geen stevigen aanloop nemen. Hij probeerde twee keer, maar deinsde terug voor den sprong. Hij wilde zich vermannen, Nora zou hem uitlachen.

„Zeg, daar ligt een plank 1" riep zij opeens.

„Waar?"

„Bij die wilgen. Als hij maar lang genoeg is."

De plank was bruinig verrot, maar reikte net tot den anderen oever. Bart stapte erop, deed nog een stap, de plank kraakte, Bart sprong en viel op zijn kniëen tegen de steenen helling. Meteen trok Nora hem uit alle macht naar boven.

Met kapotte knieën en een modderige broek stond hij naast haar. Nora lachte, lachte dat de tranen over haar wangen rolden. Bart lachte flauwtjes mee en stampte de modderkluiten van zijn schoenen.

Opeens hield zij op met lachen, keek hem met natte oogen bezorgd aan; „Pijn gedaan? Nee toch?"

„Heelemaal niet. Een beetje nat alleen."

„Je das is los gegaan. Wacht, ik zal je eens opknappen, kom hier."

Haar vingers frutselden langs zijn hals. Hij zag neer op haar zwartfluweel en mutsje waar het blonde haar onder uitsprong.

„Zoo gaat het wel," zei hij, schichtig achteruitgaand, „dank je wel."

9i