is toegevoegd aan uw favorieten.

Het duurzame geluk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe wijd het hier is, en hoe hoog de lucht is, en hoe wit en licht de wolken kunnen zijn die erlangs trekken. En dan kan je niet ruiken hoe lekker het geurt in de dennenbosschen."

Maar dan verweet zij zich haar sentimentaliteit. „Of't ginds niet goed kan zijn en mooi, al is 't er anders!* En zij glimlachte tegen haar slapend jongske, maar het vochtige donkere verlangen bleef in haar oogen.

Zij trachtte zich, èn terwille van Lucas èn om haarzelf, te verzoenen met het denkbeeld. Zij zocht in haar kinder- en jongemeisjestijd toen zij, logeerende bij familie of vrienden, van de verrukking om het grootestadsleven was vervuld geweest. „Maar toen was alles zoo anders! Toen was ikzelf zoo anders!" rees 't in haar als een laatste zwakke tegenkanting. Maar zij wilde er niet naar luisteren, zij wilde nu alleen zien wat toch in haar herinnering vast zat: het kleurige, fleurige, het bruisend-levende, het grootsteedsche aspect van de straten, de mooie oude grachten, de typische straatjes en stegen, waar het leven van vroegere eeuwen intens bewaard leek. „Ik zal daar ook wel gelukkig kunnen zijn," zei ze zich dan zacht. „Wie weet hoe 't meevalt."

Toch zag zij eiken morgen en eiken middag, met een beklemmende bonzing van afwachting in haar keel, naar den postbode uit en betrapte zich telkens weer op dezelfde verruiming, die haar doortrok, wanneer bij wat hij bracht, het bekende groote witte couvert met Leo Martijnse's fijnlijnig handschrift ontbrak, „'t Zal zoo gemakkelijk niet gaan," peinsde ze, „er zijn haast geen woningen te krijgen en wij kunnen maar zoo weinig betalen." Maar op een morgen, zij zaten juist te ontbijten, was er een brief. „Ha, van Leo!" zei Lucas met een blij oplichten van zijn oogen, terwijl hij met onbesuisde haast het couvert openscheurde. Een pijn

"5