is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit de school geklapt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

106

SCHOOLHERVORMING.

4. Harmonische ontwikkeling.

Het is voor ons, menschen, heel moeilik veelzijdig te wezen. Van alzijdig praat ik niet eens, al heb ik heel dikwijls gelezen, dat de school voor een alzijdig onderwijs heeft te zorgen. En dat kreeg ik het meest onder de ogen, toen de school met heel het mensdom verkeerde in de verstandelike oftewel intellectualistische periode. Menig onderwijzer verbeeldde zich toen, dat hij alzijdig onderwijs gaf, als hij niet alleen praatte over lezen, aardrijkskunde en geschiedenis, maar ook nog wat praatte over zedelikbeid, mensenliefde en vooral over dierenliefde. En toch was dit de tijd, toen de school blijkbaar van de gedachte uitging, dat het kind alleen maar een hoofd had; dat het volgepropt moest worden met kennis, kennis en nog eens kennis. Later heeft men leren inzien, dat een mens niet alleen een hoofd, maar ook een hart, ja zelfs handen heeft; maar of die wetenschap werkelik tot allen is doorgedrongen, betwijfel ik nog sterk.

Immers nog altijd vindt men tal van mensen, die iemand beoordelen naar hetgeen hij in zijn brandkast heeft; anderen gronden bun oordeel op hetgeen hij in zijn hoofd heeft, en maar weinigen vragen allereerst naar hetgeen het hart voortbrengt. Die eenzijdigheid kwam niet alleen uit in de keuze der leerstof, maar ook in die der methode. Lang geleden dacht men, dat een kind maar één zintuig had n.1. het gehoor. Alles werd verteld, gezegd, voorgesproken en dan van buiten geleerd. Toen viel men in een ander uiterste en stelde zich aan, alsof het kind alleen ogen had. Alles moest men laten zien. Aanschouwen, aanschouwen en nog eens aanschouwen en dan nog wel de aanschouwing opgevat in de beperkte zin van zien. Nu zijn we daar zowat doorheen en vrij algemeen begint men in te zien, dat niet slechts het gezicht, maar ook het gehoor dienst kan en moet doen bij het onderwijs.

Zijn we dan daarmee tot een harmonische ontwikkeling gekomen? Nog lang niet, want behalve de geest, moet ook het lichaam ontwikkeld worden. En wat de geest betreft, hebben we niet alleen te vragen wat waar en wat goed is, maar ook wat schoon is. Of met andere woorden: naast de ontwikkeling van het verstand en van het gemoed, staat ook nog die van de schoonheidszin.

Nu moet allereerst er op gewezen worden, dat de school niet de gehele opvoeding van de ouders overneemt; dat doet wel de kost-