is toegevoegd aan je favorieten.

Kaleidoscoop

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

293

jeugd ongeloovig geglimlacht hebben, als men hem voorspeld had,» dat hij zijn leven zou eindigen als Directeur van een Rijks-Kolonie voor landloopers en bedelaars.

Edmund Pieter Hendrik Graaf van Limburg Stirum (hij was een échte „Graaf"! zeiden de verpleegden altijd van hem) was opgegroeid als zoon van een HofIntendant van Prins Frederik der Nederlanden. Het paleis-leven was hem niet vreemd geweest en hij kon met plezier vertellen, dat hij wel eens een tik' om de ooren had gehad van Z. M. Koning Willem III als hij, in het paleis spelende, dezen driftigen vorst toen eens te dicht bij de beenen was gekomen.

Als jongen had hij lust gevoeld om zeeofficier te worden en hij had dan ook aan het Kon. Instituut voor de Marine te Willemsoord daarvoor zijn opleiding genoten. Als marine-officier had hij alle wereldzeeën bevaren en alle werelddeelen bezocht en hij kon er o! zoo boeiend en onderhoudend van vertellen, hoe hij Sydney en Melbourne tot groote steden had zien worden, hoe gezellig hij te Kaapstad had gepassagierd, hoe vol avonturen hij den Indischen Archipel had door-* kruist.

Men kent hier te lande wel het zwak van verscheidene zee-officieren, vooral van hen, in wien een huiselijke aard zit, om den Marinedienst te verlaten en een positie „aan wal" te zoeken.

Van Stirum kreeg ook dit zwak, vooral toen hij huwen wilde en hij zich met een collega associeerde om een ijzer- en machinefabriek in Kampen te gaan drijven. Hij werd er niet gelukkig in en na weinige jaren moesten de compagnons de zaak liquideeren. Dit was een ramp voor van Stirum, want nu was hij ook zijn bescheiden fortuin kwijt.

Maar deze man was geen zwakkeling, die geneigd was bij de pakken neêr te gaan zitten. Zijn levensleuze bij tegenspoed was steeds: „A 1'ouvrage Du