is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenzame paden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LXXXIX.

Ik hoorde een stem in droom: - „De man is dood Aan wien ge uw liefde roekloos hebt vermorst " En k nam, om vroom te vlijen aan zijn borst, Een tuil van rozen bleek, meer blank dan rood.

En plots beving mij de oude liefdedorst Naar de arme lippen, die de dood nu sloot En naar zijn armen, die mij wiegde' op schoot. Un t werd mij bang, zoodat 'k niet weenen dorst.

'k Trad aarzlend binnen, 't Bed lag blank en leeg.

Ik lei de rozen op de peluw neer,

I Hield d' adem in en héél mijn leven zweeg.

Toen werd ik wakker en mijn hart deed zeer t Was of berouwvol schreiend tot mij neeg Een bleek gelaat, dat me aanzag, droef en teer

[8a

115