is toegevoegd aan uw favorieten.

Een dissonant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

115

WILLEM.

Zoo mot 't ook, Stavast; ouwe peerden moeten goed verzorgd worden, dan kunnen ze nog lang mee — maar — waarom zie je me zoo ongelukkig aan?

STAVAST.

'k Wou ook vragen — hoe — u — 't maakt — luit'nant — maar —

[WILLEM. Nou? STAVAST. Dat hoeft niet meer, luit'nant. 'k Zie 't maar al te goed. De reis heeft u geen goed gedaan.

iWILLEM. Zoo, vind je dat ? STAVAST. Ja. Met alle respect: u is in dien tijd 'n boel ouwer geworden.

WILLEM.

Dat ben 'k ook, Stavast. Als 't zoo met me doorgaat, is 't nog eerder met mij* gedaan dan met jou.

STAVAST (terwijl Willem uit een I fleschje iets in een glas schenkt, en Stavast verbaasd toeziet).

tKom, luit'nant! WILLEM.

Heb je dan als remonterijder nooit peerden onder je gehad, die van chagrijn versleten waren voor hun tijd ?

STAVAST.

Ja, zeker, luit'nant.

WILLEM.

Nou, zoo'n chagrijnige remonteknol ben ik ook. Nog . jong, Stavast, en toch versleten — niet eens meer goed voor stappend werk i— 'n vildersknol!