Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongewillig.

498

onkreukbaar.

ongewillig = rotberfpenftig, ftBrrtg, ftBrrifdj, ungefügig, roibetbaarig.

onllgewis; -gewit; -gewogen = unllgeroifj (onvertrouwbaar: -ficher, -suoerlaffig); -getündjt; 'gemogen.

ongewoon = (ongewend) ungeroobnt; (weinig voorkomend e, d.) ungeroöbnlidj, aufterorbenttidj, [eiten.

ongewoonheid, v. = bas Uiigeroübntidje.

ongewoonte, v. = llngevoobnbeit.

onllgeworden; -gewraakt; -gewroken; -gewrongen = unllerfdjaffen; .angefodjten; -geradjt; -gesroungen (-oerbreht)

on'gezaagd; -gezadeld; -gezegeld; -gezeglijk; -gezellig = un'igefagt; .gejattelt; -geftcmpelt (op -gerege'd papier — auf einfadjem Sparier): «fleborfnm (-gefügig, 'Ienf[am); -gefellig (onbehaaglijk: 'gemütlldj, 'bebaglidjj.

ongezelligheid, v. = Ungefelligfett; UngemütIid)teit, Unbeljaglidjfeit.

ongezien = ungefeben; unbemerft, unbeadjtet; o. koopen = unbefei)en taufen.

ongezift (kolen bijv.) = unfortiett.

ongezind = nidjt gefiunt, ungeneigt, untoillig; niet o. = nid)t abgeneigt.

ongezocht = ungefudjt.

ongezond = (van personen en zaken) ungefuub; (van zaken ook) [djablidj, unjutragltdj; (fig.) iranlboft.

ongezoomd = ungefaumt.

ongezouten = (eig.) tmgefoljen; o. de waarheid zeggen = ungefdjminft bie 2Ba()tljett fagen; o. liegen - unoetftoren Iügen; (laf) ungefal3en, fabc.

on|[gezuiverd; -gezuurd; -gezwollen = unllgereinigt (-tein, -gelautett); -gefauert; «gefdjroollcn.

[ongoddelijk = ungBttildj, gottlos],

ongodllist;-isterlj, v. = Sltlje|!ift((6ottesIeugner,

greigeift); ber -ismus (greigeifterei). ongodsdienstig = irretigtBs, oljne SKeltgton. ongodsdienstigheid, v. = 3rrcIigiofttat. ongodvruchtig = tmgottesfürdjtig. ongraag = nidjt oerlangenb; (adv.) uugern. ongrondwettig = oerfaffungsrotbtig, uulonftitu-

tionell, inlonftitutionell. ongrondwettigheid, v. = JJerfaffuugsroibrigfeit. ongunst, v. = Unguuft; tlngnabe; (van 'I weer)

ilngunft, Unbilbe. ongunstig = ungünftig; o. uiterlijk = unauge'

neljmes 3tiifjere(s); o .. e weersgesteldheid =

ungüuftige SBitterung, bie Ilngunft ber ÏBittc-

rtmg.

onguur = ruibertidj, abftofjenb, bafjltdj, garftig;

(van 't weer vooral) raub. onhandelbaar = ungefügig, ungefüge; unlenl-

[am, ftBrrig, ftBrrifdj.

onhandelbaarheid, v. = ifngefügigfeit ic. onhandig = ungcfdjidt, Iintifdj, unbeljolfeu,

töppifdj; 'in den omgang) ungefdjidt, taïtlos;

(moeilijk te hanteeren) unbeguem, unbanblid),

nidjt leidjt ju banbfjaben. onhandigheid, v. = Hngefdjidlidjfeit, Uttbe-

[jolfenljeit; ïaftlofigfeit, vgl. onhandig, onhandzaam = unbanbltdj. onllharmonisch; -hartelijk; -hartstoehtelijk;-heb-

belijk = unüharntonifdj; -liebensroürblgf.freniih

lid), -gefallig, -jart); -Icibenfdjaftlidj (leiben-

fdjaftslos); -manierlid) («anftanbig, -getjobett,

flegelbaft).

onhebbelijkheid, v. = llnmanieilidjfeii tc., vgl. o n h e b b e 1 ij k; (gebrek) Unart. onheelbaar = untjeilbar.

onheil, o. = Unïjetlr o. stichten = U. F*"' anridjten. s onheilbrengend, -stichtend = unhetlbringcn ' onheilig = unbeiltg, gottlos. jjj. onheilsllbode, m.; -dag, m. = Xtnglüdsllbote;' .,, onheilspellend = unbeiloerfünbenb, unï)£''illi< Ijeifjenb, ominBs; o..e bhk = (ook) uw* lidjer Slid. onherbergzaam = tmtoirtlidj, ungaftlidjonherbergzaamheid, v. = Unroiriltdjfett- £It onherkenbaar = nidjt roieber ju erft"' unfenntlidj. j «-

onherllleidbaar; -roepelfjk; -stelbaar; -vorm%: unl|rebu3ierbar; ■rotbetmflidj; -heilbar WSl -erfeklidj, ttnroiebetbringlidj; reparaturunja'g< -stelbaar verloren = unrettbar, unroteöerc lidj oerloren); -reformiert (-oerbeffert). * onheuglijk = unbentlidj; sedert o .. e tijdeB feit un(oor)benflidjen 3eiten. utt' onheusch = unfreunbltdj, unliebensroürbtgartig; unfjSflidj. onheuschheid, v. = Unfreunblidjïeit ic. .mSi onllhistorisch; -hoffelijk = unllljiftorifdj; '"ul (-galant, -fein).

onhoffelijkheid, v. = Utthöftidjfeit. ... .afcfj;

onllhollandsch; -hoorbaar = unlIboHon1'" ■fiBrbar. jjrfi

onhoudbaar = (van vesting, toestand, bef^ f) reden e. d.) unfjaltbar; („zonder vasten O7" baltlos: zie ook houdbaar. uuW

onhoudbaarheid, v. = Unbaltbatfeit, &»" teit, vgl. onhoudbaar.

onhuiselijk = unhauslidj. . nIjttd'

oninllbaar; -gebonden; -genaaid = uitliet» ■ ,„. lidj (-cintreibbar, -einjiebbar); -(ein)gebm1 •Befjeftet. ..tke)l|»

oninllgepakt; -geschreven; -gewijd; -SCD,1'r(leti); = unlloerpadt; -eingefdjricben (-eingetrat» -eingeroeiht; -nadjgiebig (-gefdllig).

oninvorderbaar, zie o n i n b a a r. tr-M0'

onlljonkvrouwelijk; -joodsch, un!ijungttl1 •jübifdj. fVj'1

onjuist = unridjlig, falfdj; („onnauwk^' ^v ungenau; („niet kloppend") tmautreffeno," logisch") folgerotbrig. ,ialc'

onjuistheid, v. = Ünridjttgteit, Ungeno"" ïmridjtige ïtngabe. toe *

onkenbaar = unfenntlidj; tot o. wordens i (bis) sur Unfenntlidjfeit. CM0t

onkerkelijk=unfitdjlidj; (scherper) lttd)e"JSid)i*'

onkiesch = un3art, inbelifat, (sterker) J&frit!' los; („onzedelijk") unfittlidj .unsüdjtig, 1*3» )£•>

onkieschheid = Uusartbcit, SRüdfidjtsIcjtB1 vgl. onkiesch. ,

onkinderlijk = unfiublidj. ,Mt»"fè

onklaar = unflar; unbcutlidj; (oniveli n , i" unbchoglidj; (scheepst.) unflar; o. worcau „n Unorbnung gcralcn; o. raken (scheepst-) flar fommen.

onklaarheid, v. — Unflarbeit. ,

onkostbaar = nidjt foftfpielig. , .„«ti'?;

onkosteboek, o. = Unfoftenbudj, gttislnt- ,/

onkosten, mv.' = (alg.) Unfoften; (s^gpfK" den handel op den prijs te verhalen) g (voorgeschoten) atuslagen; nota van .„jettb Spefennota; op o. jagen = in U. ftür3<Wj'UW met de o. = tnit ben U., influfioe f'> »" lidj ber U.; zonder o. = fpcfenfret kosten I. gper

onkosterekening, v. == Spcfcnrcdjnung. . nota, Unfoftentedjnung. „nt>e*

onkreukbaar - unerfdjütterlid), nnt»a' (van personen) unbcftedjlid).

Sluiten