is toegevoegd aan uw favorieten.

Koning Adam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9i

zwaar van bestel, liefst omleuterd van blinkende kleinen, dorstende naar haar borst. Uit de aarde gegroeid, kon zij in kaatsende zonnebrand gelukzalig zich wentelen met haar spartelend broed. Hare oogen waren zacht als melk. En zij leek, in zulk een staat, verzaligd haar wereld gevonden te hebben, kindermoeder, omrollebold van haar welpjes.

Dan Adam glimlachte minzaam haar toe, streelde beschermend haar blond, en de teedere hoofdjes harer hevelingen; hij voelde zich goed en mild, rijk als een gul schenker van weldaden.

Tegehjkwenschtehij dat zij zich hem onttrekken zou: het gemakkehjk bezit deed zijn begeerte verflauwen. Hij wilde zijn heerschappij, betwist, telkens bevestigen door de daad.

En onvoldaan om haar gelaten hulde, keerde hij zich van haar af.

Nauwelijks uit het zicht, begon hij te fazelen aan zijn zelfverwijt. Het was toch niet goed wat hij deed, en zij, zij liet hem maar begaan. Hield zij dan niet meer van hem? gaf zij om hem minder dan om de welpen, die toch hij haar geschonken had?

Hij keerde op zijn gangen terug. Hunkerend stond hij achter 't gebladerte toe te zien op haar welige moederlust. Soms dacht hij haar, zoo verjongd bij haar kleinen, weder jeugdig en slank als in den gouden tijd hunner bruiloft. Dichterlijk, in zijn verlangen, zag hij haar beeld zooals het toen, en nu weder scheen: de haren in vergulden val, Zwierden om hare smalle schouderen, haar flanken ademend deinden, haar jonge lichaam glansde van begeerte.

Was zij nu gelukkig? Zonder hèm? Zonder den bruidegom, dien zij eenmaal in verzaliging had ontvangen?