is toegevoegd aan uw favorieten.

Koning Adam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92

Zij dacht niet aan hem. Hij had vrijheid te gaan waar hij verkoos, te doen wat hij wilde.

In martelenden twijfel bleef hij toezien. Deze vrijheid was zijn keten! Waarom, bij de hand, hield zij hem niet tegen? Waarom, met smeekende oogen, verteederde zij hem niet, dat hij zoude blijven trouw bij zijn huis.

Hij begon haar te verwijten, dat zij hem niet te gaan verhinderd had. Hoe zou hij, fier, in het sterk besef van zijne zelfheerlijke meesterschap, haar hebben terecht gewezen!

Ja, dan!

Tegen deze haar weeke gelatenheid kon hij niet op. Zij ontwapende zijn kracht, op tegenstand gescherpt. Weerstand was haar noodig als een voedsel, de reden zelf van haar bestaan — wat was kracht zonder tegenkracht om te worstelen!

Gemelijk liep hij heen. De fut viel uit hem weg, de zon stak, hij ging op eenen steen zitten murmureeren.