is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven van Joost Welgemoed

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats terug, beheerscht gezeteld achter zijn bureau ministre.

„Laat die jongen loopen," pleitte Lund, gehinderd om de bedorven lol. Hij wilde doorgaan met zijn weddenschap.

„Hij is verliefd op de tikketik-juf," spotte Burgermeyer met een grimas. „Met kalveroogen zit hij den heelen dag te kijken, 'k Heb het wel gezien."

Joost, onmachtig tot de daad waartoe zijn bloed drong, als in een droom klemde iets vast in zijn hand. In tranen van woede brak hij samen.

Voldaan over zijn welgeslaagd chefschap, hield Boldering zijn kornuiten in toom. Van de weddenschap, dat Lund er binnen veertien dagen in slagen zou de tikjuffrouw naar de bioscoop en „uit" mee te nemen, verkoos hij niets meer te weten. In eigen glorie groot, verdroeg hij dat de anderen hem een vervelenden kerel vonden, die bij den terugkeer van mijnheer Stufkens en De Leeuw een houding aannam van de anderen aan het werk te zetten.

Voor Joost leek de wereld een leegte. Hij durfde niet meer te leven. Maar uit de wetenschap dat hij niets te verhezen had, haalde hij een wonderlijke zekerheid, toen oom Willem hem dien middag onderhanden nam over zijn gedroom, zijn slechte werk en zijn toekomst.

„Ga zitten," zei oom kort.

Midden in den kantoorkubus op den hem aangewezen te grooten bezoekersstoel, zat Joost als op een verhevenheid. De atmosfeer werkte op hem in, de ledigte achter hem, die de andere patroon, ooms compagnon, vulde, verzette zich tegen die hem vijandig imponeerende stemming. Zijn gewone bedremmeling week; weerspannig en stug, tot stekeligheid bereid, wachtte hij wat komen zou.

Oom begon niet dadelijk. Hij kende de werking van zwijgen. Als afwezig verschikte hij een paar

110