Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soe moghen alle onse nonnen van binnen wesen wel behuet.'

Men deder uut die kaersse,

men dorstet laten niet;

doen verdranck dat edel coninx kint,

het en konst die cante raken niet. —

"Och vader," seidt sij5, **vader, mijn hoeft doet my soe wee; mocht ic wel eens ghaen wanderen al tenden die wilde seer"

'Och visser,' seidt hij, 'visser, mijn guetlyc visserkin, nu leit mijn dochterkijn wanderen ende brenctse my weder thuys!' —

"Och visser," seidt sij, "visser, mijn guetlijc visserkin, nu spreit daer uut u netken om een verdroncken lief!"

Hij spreide daer uut sijn netkijn, dat loet sanc op die gront; hi brocht dat edel coninx kint in alsoe corter stont.

Sij nam hem in haeren armen, sij kuesten voer sijnen mont veel meer dan hondert werven in alsoe corter stont.

8

Sluiten