is toegevoegd aan uw favorieten.

Roomsch katholieke godsdienstleer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

271. De straf der zonde.

zware zonde. Zij overtraden immers, met volle kennis en vrijen wil, het strenge, met zware straffen bekrachtigde en zoo gemakkelijk te onderhouden gebod, dat God, die hen met zoovele weldaden en voorrechten had overladen, hun juist had gegeven, opdat zij, door 't onderhouden daarvan, zijne opperheerschappij en hunne eigen afhankelijkheid en verschuldigde onderdanigheid zouden erkennen.

III. De straf volgde onmiddellijk op de zonde. God sprak tot Adam: „Omdat gij naar de stem uwer vrouw geluisterd en gegeten hebt van den boom, waarvan Ik u geboden had niet te eten, zij de aarde gevloekt in uw werk; in veel arbeid zult gij er van eten alle dagen uws levens.

Doornen en distelen zal zij u voortbrengen In het zweet

uws aanschijns zult gij het brood eten, totdat gij wederkeert tot de aarde, waaruit gij genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeeren." (Schepp. III, 17-19.*) Adam en Eva werden uit het Paradijs verbannen en verloren al de bovennatuurlijke voorrechten welke zij van God ontvingen. Zij konden echter, om wille van den toekomstigen Verlosser, de heiligmakende genade en daarmede 't recht op den hemel, voor zich, niet echter voor hunne nakomelingen, door boetvaardigheid herwinnen. En beiden, Adam en ] Eva, bekeerden zich oprecht, deden boetvaardigheid, en gingen, door Gods genade, den hemel binnen.

HOOFDSTUK II.

De Erfzonde.

I. Adam heeft door zijne zonde niet alleen zich zeiven ongelukkig gemaakt, maar ook al zijne nakomelingen, Maria alleen uitgezonderd. Adam was door God gesteld tot zedelijk hoofd, tot vertegenwoordiger van het menschelijk geslacht. Zijne zonde, (niet die van Eva), ging daarom, met al hare straffen, over op al zijne nakomelingen. Deze zonde nu, die van Adam op alle menschen overgaat, noemen wij erfzonde. Ze wordt niet persoonlijk bedreven, maar overgeërfd door de afstamming van Adam.

273. >t Bestaan II. 't Bestaan der erfzonde blijkt duidelijk uit de H.

der erfzonde. Schrift.

272. Adams zonde gaat over op nakomelingen.