is toegevoegd aan uw favorieten.

Beschouwingen van een Christen-denker

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

PANTHEÏSME.

er door gevallen is. Maar nu heeft het groote, allesomvattende „Het" niets meer in, waar wij vat aan hebben; en hieruit nu moet de ontzaglijke wereld gededuceerd worden, juist alsof de menschen uit niets alles scheppen konden. Er komt natuurlijk niets van. Zelfs als schijn kunnen de dingen zich niet staande houden.

Zeg, het Alleven. Dit deugt evenmin: leven hoort bij de enkelwezens. Maar wij weten ook: de Pantheos mist vrijheid en zelfbepaling. Als absoluut gedetermineerd, niet spontaan en elke spontaanheid verhinderend, moet hem het leven ontzegd. Heeten de dingen een „levend" kleed, wij kunnen tot het denkbeeld, door het fraaie woord gewekt, niet geraken. De weefstoel snort, maar hoe? Bewogen door eene determinatie, dus machinaal. Inderdaad, er schiet van hunne spontaneïteit niets over; zij emaneeren niet eens passief uit het determinisme; maar wijl hier van het domme en botte determinisme sprake is, dat niet in de vrijheid gegrond is, worden zij met geweld gèdreven. Trouwens, het bedoelde Alleven is niets anders dan het Albegrip en niet de levende en tot leven bezielende Roeach') van het Theïsme, maar dit Albegrip, aan hetwelk met een hupsch woord een vief kleurtje, aan de afzonderlijke dingen ontleend, gegeven is.

Zonderling van geschapenheid is dan ook, met name, dat Alge^ meene Ik, 't welk wel door een „scherpzinnige", gelijk Cervantes zijn held zonder smale, die een klap van den meulen beet had, gaarne pleegt te noemen, ontdekt mag zijn. Immers „Ik" bedoelt concreetmaking, gelijk de hoepel rond de duigen — „algemeen" diffuusmaking ; weshalve de samenstelling van het Wezen, gelijk een schaap haast merken zou, tegensprakig is. Maar dit moet zoo, omdat het centrum in de veelheid ligt.

Pantheïsme en Zedelijkheid.

Gaat men de gevolgen der identihceering aan de eischen der zedelijkheid toetsen, dan wordt de zaak vrij erger. Wijl uit den onder dwang liggenden physika-god alles vloeit en geschiedt, komt onderscheiding van goed en kwaad niet te pas. Het

') het Hebreeuwsche woord voor Geest.