is toegevoegd aan uw favorieten.

De schepenvorderingswet en het belang van de scheepvaart voor den economischen toestand van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het schrijven van den Heer Mr. H. 's Jacob.

Aan uw schrijven van 18 Januari tl ontnam ik, dat het Bestuur uwer Vereeniging bij eenige personen een rondvraag wenschte te houden over hunne ziènswijs nopens de gevolgen van het dreigend gevaar van „onttrekking van meerdere scheepsruimte aan de vaart op deze kolonie". Sedert heeft dat „dreigend gevaar" plaats gemaakt voor een gansch ander gevaar. De loop der omstandigheden heeft de vordering van scheepsruimte door de Nederlandsche Regeering tot een onwezenlijk schijnend verleden teruggedrongen en zorgen van ernstigen aard naar voren gebracht. Eene bespreking van de gevolgen eener onttrekking van scheepsruimte aan de lijnvaart tusschen Nederland en Nederlandsch-Indië verschijnt in deze omstandigheden als de bespreking van een abstract, buiten de werkelijkheid staand geval. Daar deze werkelijkheid dringender reden geeft om zich mede bezig te houden dan een daarvan nu reeds ver verwijderd hypothetisch geval, zie ik geen andere stof tot bespreking dan den toestand, die geschapen wordt door de afsnijding van het goederenverkeer met Nederland en met Engeland. Hoewel het laatstbedoelde verkeer theoretisch nog openstaat, zal m.i. de eisch van de behoefte in Engeland dwingen om de weinige scheepsruimte die nu nog het verkeer met dat rijk bedient, voor zoover zij onder Engelsche vlag vaart, voor andere bestemmingen aan te wenden en, voor zoover zij onder Nederlandsche vlag vaart, alleen toe te laten tot het aanvoeren van geheel onmisbare goederen, zooals suiker. Praktisch is m.i. de lijnvaart op Engeland niet minder opgeheven dan die op Nederland en kan Ned.-Indië zich wat het goederenverkeer betreft afgesneden beschouwen van Europa behalve voor zoover dit met overlading te Singapore mogelijk is. De redenen, die dezen toestand in het leven roepen, sluiten uit, dat in de andere verbindingen van Nederlandsch-Indië verandering ten nadeele komen. De vraag wordt dus teruggebracht tot de gevolgen van den stilstand in de vaart op Nederland en Engeland voor