is toegevoegd aan uw favorieten.

Bij vreemde menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ii7

moeder had zij een stillen, diepen afkeer. Het zalvende vermanen, van deze, haatte zij erger dan zij een fel verwijt van deze vrouw gehaat zou hebben. Altijd plaatste hare schoonmoeder zich zelf op een soort voetstuk van braafheid, doch haar ware aard, haar bemoei- en bedilzucht, verstopte zich te merkbaar achter al hare zoetzure, met zachte, klagende stem gemaakte opmerkingen. Naarmate Thomas grooter werd en met den dag zijn ongezeglij kheid en ondeugd toenam, vermeerderden de bezoeken zijner grootmoeder, en het zij zich ook vaker met de opvoeding van Thomas in.

„Ja, hij is ongezeggehjk, Antoinette", teemde hare schoonmoeder dikwijls tegen de weduwe, „maar als je zelf het goede voorbeeld geeft, dan Zal het je gemakkelijker vallen, kind, om Thomas in den Heere op te voeden". Dit was een hatelijkheid die in het bijzonder verband hield met Antoinette's geringe kerkgangen. In werkelijkheid was de oude Mevrouw de Maerl het tegendeel van een in den Heere levende vrouw. Zij was ijdel, hield van welgemaakte kleeren, zij was snoeplustig, babbelziek en onverdraagzaam tegen haren echtgenoot, die het haar nooit naar den zin kon maken. De godsvrucht scheen weinig diep in haar te zijn. Zij vond velerlei redenen om uit de kerk te blijven. Meestal veinsde zij hoofdpijnen te hebben. Op Zonnige voorjaars- en zomerdagen gaf zij er de voorkeur aan in hare deftigste japonnen gestoken goed gekapt en opgesierd met oorbellen, zich nu en dan bewuivend met een welriekend zakdoekje, in den tuin van de pastorie in een gemakkelijken stoel gezeten, dommelig of duttend te luisteren naar het orgel in de nabije kerk, waar haar man preekte. In gevoeliger oogenblikken onder den indruk van het slepende gezang der gemeente,