is toegevoegd aan je favorieten.

Bij vreemde menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3"

langs de gracht, en de vele bladeren der boomen vielen vanzelf in het zwarte water en Guusje was nu bijna een week bij de familie Veldheer. Zou hij het wel kunnen uithouden bij haar? Iets zeide hem dat er onvermijdelijk wat móest gaan gebeuren. Ja, er moest iets gebeuren zonder dat hij of iemand anders in huis er wat aan zou kunnen doen.

Thomas keek nu tusschen het schuine dak boven het balkon en de boomen der aangrenzende tuinen door naar de lucht. Wat waren de laatste Septemberdagen mooi geweest, wat scheen er de zon, en hoe blauw was de hemel, zoo donker, bijna zóó donkerblauw als de oogen van Guusje Latour.

Konden zij maar altijd samen blijven? Behalve die kloppartij met Spijker was er den laatsten tijd niets bijzonders gebeurd en hij voelde zich geheel en al zonder zonden, werkehjk oprecht braaf, ook omdat hij na de groote vacantie met veel ijver aan het werk was gegaan en op school stellig zijn best deed. Dat was die zachte, teere invloed van Guusje, meende hij. O ! als zij maar bij hem was dan kon het wel eeuwig vrede zijn in zijn wezen, dan ging die kwaadaardige duivel van de ondeugd wel weg. Wist hij nu maar of het óók slecht óf ondeugend was, om zijn verbeelding zoo onbeteugeld te laten gaan als hij deed. Ja, hij deed nu wel geen slechte of ondeugende dingen, maar zijn grootvader had hem geleerd er voor te waken, dat hij niet „in verzoeking" werd geleid. Maar, ach, Heere, zijn verbeelding was een ware tyran voor hem, die bereed hem naar hartelust, en wat hij ook deed, zijn verbeelding leidde hem voortdurend in verzoeking en wat was daar tegen te doen.......

Over de Elandsgracht viel de avond.

Thomas hoorde Guusje in de voorkamer iets zeggen tegen de meid en hij zag hoe boven de