is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het zieleleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT HET ZIELELEVEN.

noodig, om ons te verlossen van den vloek der wet, maar evenzeer, opdat Hij ons van harte willig en bereid make Gode te leven. Het wordt een behoefte, dat Hij de macht der zonde breke, koning zij over ons gansche zijn; en Hij door zijnen Geest zijn geboden schrijve op de tafelen onzes harten. „Heere, wat wilt gij dat ik doen zal", is dan de grondtoon van ons leven geworden. Wat niet zeggen wil, dat'nog niet telkens allerlei afwijking, zelfs onwil en tegenstand wordt aangetroffen ; maar dat wordt ons dan tot schuld; in het einde wordt dat een last; de onheiligheid van het hart wordt een onduldbaarheid, wij gaan er mee naar Jezus toe; Zijn volstrekt zeggingschap over ons wordt daarin dan erkend.

Zoo zijn we tot een derde kenmerk genaderd. Naar het stuk der dankbaarheid. Er is in den wedergeboren mensch een hartelijke lust en liefde om naar al de geboden Gods te leven. Een volmaaktheid wel niet in de trappen; maar toch in de deelen. Geen gebod van God is er, of 't wordt ons beminnelijk. De bede rijst: Heere leer mij naar uw wil te handelen. De liefde tot God en zijn dienst sluit dan tevens die tot zijn volk in. Het liefhebben van de broeders noemt de apostel Johannes een kenmerk van uit God geboren te

91