is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag van de commissie ter voorbereiding van eene regeling van den rechtstoestand der Indische ambtenaren, ingesteld bij gouvernements besluit van 13 Juli 1920 no. 69

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

op die ambtenaren van toepassing te verklaren, maar om hun individueel de gelegenheid te geven, de wenschelijkheid van die toepasselijkheid na te gaan en desgewenscht de toepasselijkheid te kunnen verkrijgen. Natuurlijk zal overigens het in werking treden van de nieuwe regeling in vele gevallen het bevoegd gezag er toe brengen, aanstonds de positie van deze ambtenaren te overwegen en hun tijdelijke aanstelling in eene vaste om te zetten.

Dat in de verschillende artikelen niet is gesproken van den dag, waarop de regeling in werking treedt, maar van dien, waarop een bepaald artikel van de regeling in werking treedt, vindt zijn verklaring in de omstandigheid, dat, zooals reeds in het verslag werd opgemerkt, velschillende artikelen op onderscheidene tijdstip, pen in werking kunnen worden gebracht.

Artikel 118. Verleende vergunningen — b.v. om handel te drijven of nevenbetrekkingen te bekleeden — blijven, wanneer zij voor een bepaalden tijd zijn verleend, gedurende dien tijd van kracht, al zouden zij ook een toestand scheppen in strijd met de nieuwe regeling. Zijn zij echter niet voor een bepaalden tijd verleend, dan moeten zij worden geacht te zijn gegeven tot wederopzeggens, zoodat zij ieder oogenblik aan een eind kunnen komen. Het is dan derhalve niet onredelijk, dat de vergunning wordt geacht te zijn opgezegd, zoodat dadelijk de toestand volgens de nieuwe regeling kan intreden.

Artikel 119. Voor de toelichting van dit artikel moge worden verwezen naar hetgeen bij artikel 64 is opgemerkt.

Artikel 120. Voor de toelichting van dit artikel wordt verwezen naar het verslag.