Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

aan te vullen, zou nog gedurende tien jaren nadat het eindexamen voor den administratiëven dienst voor de laatste maal is afgenomen, jaarlijks een aantal ambtenaren kunnen worden aangewezen voor een tweejarige studie voor het doctoraal examen in de staatswetenschap en taalkunde van den Oost-Indischen archipel onder genot van gelijke voordeelen als tevoren aan de aanwijzing voor de Bestuursacademie verbonden waren. Ook een vergunning om zich aan die studie te wijden, in de plaats tredende van en onder dezelfde voorwaarden als de toelating als toehoorder tot de Bestuursacademie, moet gedurende denzelfden tijd verleend kunnen worden. De hier genoemde normale termijn van 2 jaar zou bij bijzondere beschikking van den Minister van Koloniën met één jaar verlengd kunnen worden voor hen, die de studie niet in dien tijd met succes beëindigen; aan de aangewezenen zou gedurende het 3de jaar echter niet meer de voor de beide eerste jaren verleende toelage boven het verloftraktement dienen te worden uitgekeerd.

Ten aanzien van in de 3de plaats aan ons oordeel onderworpen regeling van den overgang van den ouden tot den nieuwen toestand moet er in de eerste plaats de aandacht op worden gevestigd dat de voorziening in de aanvulling van het korps bestuursambtenaren gedurende eenige jaren" nadeel zal ondervinden van de verlenging van den duur der studie van 3 tot 5 jaar. Dientengevolge, zal, welke regeling omtrent den overgang ook getroffen .wordt, het aantal afgestudeerden dat anders in 3 jaren beschikbaar zou komen, over 5 jaren verdeeld worden.

Het komt ons gewenscht voor aan hen, die' de studie volgens de oude regeling nog niet voor het grootste gedeelte volbracht hebben op het oogenblik dat de nieuwe regeling in werking treedt, de keuze te laten tusschen de oude en de nieuwe examens.

Neemt men aan, dat de nieuwe regeling vóór 1 September 1920 wordt vastgesteld en dat derhalve met den aanvang van het academiejaar 1920—1921 met de colleges daarop kan worden gerekend, dan zou de overgang als volgt kunnen worden geregeld. Komt de regeling eerst na 1 September 1920 tot stand, dan dienen alle hiërvolgende jaartallen met 1 te worden verhoogd (dus 1919 wordt 1920 enz.).

Sluiten