is toegevoegd aan uw favorieten.

Getijden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja... daar zou veel over te zeggen zijn," verklaarde Drosman diepzinnig. „Er schijnt oneenigheid te zijn tusschen de groote machthebbers... en dat verhoor van Harriman, daar heeft u wel over gelezen..."

„Die Harriman is 'n schurk!"

„Ah, mijnheer de Geert," weerde Drosman af, bedachtzaam, „dat moet u niet zeggen. Hij is een genie."

„Voor z'n eigen zak!" de Geert lachte, me iets als galgenhumor.

„Hij gebruikt zijn genialiteit ten eigen bate, wilt u zeggen. Maar tegelijk heeft hij het land verkeerswegen geschonken..."

„Die rotspoor! waar geen lor van deugt!" viel de Geert in, ruw.

„Ph, mijnheer de Geert..." Drosmans mond werd omkrieuweld door een lachje, „u bent nu vooringenomen, en dat is te begrijpen, na uw minder aangename ondervindingen. Maar achter dat verhoor zitten natuurlijk Harrimans vijanden ... de andere groote magnaten. En Roosevelt! En juist door die oneenigheid daalt de markt."

„En ten slotte profiteert Harriman er toch van."

„Daar is hij 'n genie voor. Excuseert u me een oogenblik?" I U

Drosman liep naar het hokje, waar het telefoonbelletje tingde; de Geert zat stil, en heel zijn gestalte scheen in te krimpen onder de zorgelijke gedachten. Toen Drosman terugkwam, nam hij neerslachtig afscheid.

Drosman verbond weer het telefoontoestel op zijn schrijftafel, telefoneerde met een collega, met wien hij eene speculatie è la baisse op touw had gezet.

Om half één ging hij naar buiten; hij had met Ernst afgesproken, bij Kras te gaan lunchen.

't Was een zachte voorjaarsdag; in de licht benevelde lucht hing belofte van lentezoelheid en lenteweelde. Maar de boomen op de gracht droefden nog in wlnterdorheid, al zwollen reeds de knoppen; en 't water lag stil, somber, — even maar opgerimpeld als een schuit er doorheen gleed.

Frans Drosman zuchtte onder zijn winterjas, maakte stil eene nijdige opmerking over 't idiote weer, dat met den dag wisselde. Toen dacht hij weer over de zaken, berekende speculaties è la baisse, waarvoor de beurs nu prachtig stond. Veel kleine speculantjes moesten opruimen; gisteren was 't een mooie dag geweest met die slechte geruchten uit Berlijn en Londen; toen werd er weinig gekocht, sloegen alleen de grooteren, die durfden, hun slag. Vandaag zou 't wel niet

112