is toegevoegd aan uw favorieten.

Golgotha

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

81

stonden en hij begon volijverig eenige Arameesche woorden te radbraken.

«Zoekt gij hier bijgeval iemand?"

Zijn uitspraak was zoo slecht en onbeholpen, zoo in tegenstelling met zijn verschijning, dat Loeka eensklaps begon te lachen en, ofschoon haar stem nog trilde van de ontroering, met onbevangenheid kon antwoorden:

„Indien U Latijn spreekt, kan ik U zeer goed verstaan. Ik ben de gast van Thamar en bemerk, dat in mijn afwezigheid het huis een bezoeker rijker is geworden."

Cajus herinnerde zich, dat Thamar hem over Loeka gesproken had, hij vermoedde, dat deze van haar kant weten zou, wat hij met de lichtekooi uitstaande had en dit gaf hem, nu hij plotseling in de nabijheid van het meisje gebracht werd, een gevoel van onbehagelijkheid. Zijn gelaat kreeg een sombere uitdrukking en hij zeide:

„Welnu, kom dan van den muur af. Ik zal je niet opeten."

Loeka lachte, In haar zenuwachtigheid zelfs luider dan zij in gewone gevallen zou gedaan hebben. Haar ontging de plotselinge ontevredenheid van den Romein en zij vatte zijn laatstè woorden op als een grap zonder er de bitterheid van te voelen. Haar beschaving was minder dan die van den centurio, haar levensopvatting waarschijnlijk nuchterder dan de zijne en het drong niet tot haar door, dat Cajus Luter op het oogenblik iets ondervond als schaamte, die hij krachtens zijn aanleg trachtte te verhullen in een ruwe uiting. Haar belangstelling in hem kreeg tevens een nieuwen grond, toen zij bedacht, dat hij wellicht iets meer wist van de nalatenschap van haar vader. Zij ging op den rand van den steenwal zitten en sprak:

„Mijn vriendin heeft mij van U verteld. Gij waart